Page 1 of 2 12 LastLast
Results 1 to 10 of 15
  1. #1
    airline
    Guest

    Gebruik douane scan airside rechtmatig ?

    Hallo mede forum leden en lezers ,

    Ik las met bijzonderen belangstelling het onderwerp http://www.douanehulp.nl/showthread.php?t=1407 en kom na wat leeswerk en advies tot de mening dat de safety en security controles in het kader van ECS in alle gevallen hebben plaatsgevonden op het moment dat wij als airline een zending accepteren.

    Mijn vraag is dan ook op welke wettelijke gronden de douane de controles op airside uitvoert ? Deze controles zijn nooit van fiscale aard maar kunnen alleen gericht zijn op safety en security. Wat ik in de werkafspraken ECS las is dat deze controles nu ook uitsluitend gericht zijn op overeenstemming van de goederen ( behalve natuurlijk wanneer er een vermoeden bestaat bijv door verbroken verzegeling dat er sprake kan zijn van een risico ).

    Wat valt er dan niet onder safety en security op grond waarvan de douane een zeer onhandige logistieke onbreuk pleegt op het logistieke proces. En op grond van welke op risico gebasseerde controle gebeurd dit dan ?

    Welke expert kan er meer duidelijkheid over verschaffen ?

  2. #2
    Hoi,

    Zonder inhoudelijk de zaak rondom ECS te kennen,
    denk ik dat de douane te allen tijde goederen aan
    onderzoek kan onderwerpen, of dit nu rond de
    summiere aangifte is of daarna (o.a. douanevervoer,
    Invoer, CNI,).

    Hoewel het altijd lijkt dat de Algemene douane wet ziet
    op het binnenbrengen, invoeren of vervoeren van goederen
    en dat de controlebevoegdheden juist hiertoe zullen dienen,
    geeft de Algemene douane wet juist mede opening om alle
    aan de inspecteur toekomende controlebevoegdheden
    te gebruiken voor de in de bijlage genoemde wetten en
    voorschriften.

    M.a.w. het is de douane gegeven om de controlebevoegdheden
    van de Adw te gebruiken voor bijvoorbeeld een controle
    op drugs of wapens. Zowel de Opiumwet als de Wet wapens en
    munitie staan immers in de bijlage Adw genoemd.

    Hiernaast is ook het CDW duidelijk: de kosten zijn voor rekening
    van de gecontroleerde, de aangever of, bij een CNI, voor de
    importeur.

    Althans zo lees ik CDW en Adw.

    grtz

  3. #3
    De douane wil per 1 december de overeenstemmingstemmingscontrole kunnen uitvoeren in het kader van ECS met gebruikmaking van de door cargonaut ontwikkelde applicatie E -cargo Receipt.

    Zie hieronder de gemaakte werkafspraken 7 april 2011 :
    http://www.douanehulp.nl/showthread.php?t=2156

    Met de introductie van de controle met gebruikmaking van E cargo receipt voor de inslag bij de afhandelaar ( landzijde ) zullen de controles op airside middels de douanescan gaan afnemen.


    Let wel:
    Het gebruikmaken van een douanescan om vast te stellen of de ten uitvoer aangegeven goederen in overeenstemming zijn met de op het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen is naar mijn mening onrechtmatig.

    De douane dient controle op het uitgaan uit te oefen op de bij het douanekantoor van uitgang aangebrachte goederen. De inzet van een douanescan dient dit doel niet. Aan de hand van de beeld met de douanescan kan geen relatie worden gelegd met de Masterairwaybill, house airwaybill en evenmin met de uitvoeraangifte .

    De douanescan is er derhalve primair op gericht om op grond VGEM ( veiligheid, gezondheid, economie en millieu ) aspecten controles uit te voeren. Het aspect safety en security is reeds onderdeel van controle bij het doen van de ECS aangifte.

    Het inzetten van de export douanescan is naar mijn mening dan ook mogelijk onrechtmatig en de kosten van deze controles ( denk ook aan inzet van afhandelaren en mogelijke vertragingen van vliegtuigen ) zouden in aanmerking kunnen komen voor vergoeding door de Nederlandse staat.

  4. #4

    gebruikmaking container scan

    LJN: BT2220, Rechtbank Haarlem , 09/4180

    Datum uitspraak: 18-08-2011
    Datum publicatie: 21-09-2011
    Rechtsgebied: Belasting
    Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig

    Inhoudsindicatie: Bij een containerscan, controle door de Voedsel- en Warenautoriteit en foutieve monstername is geen sprake van een actieve standpuntbepaling die een vergissing is in de zin van artikel 220 CDW ten aanzien van de indeling van gekoelde knoflooktenen.


    Uitspraak
    RECHTBANK HAARLEM
    Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer
    Zaaknummer: AWB 09/4180
    Uitspraakdatum: 18 augustus 2011
    Uitspraak in het geding tussen

    [X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres,
    gemachtigde: mr. M.C. van de Leur,

    en

    de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.



    1. Ontstaan en loop van het geding

    1.1. Verweerder heeft aan eiseres op 13 november 2007 een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt met betrekking tot 11 aangiften ten invoer over de periode 17 november 2004 tot en met 26 juli 2006 ter zake van douanerechten ten bedrage van € 152.256,05.

    1.2. Verweerder heeft bij de uitspraak op bezwaar van 15 juli 2009 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de utb gehandhaafd.

    1.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 21 augustus 2009, ontvangen bij de rechtbank op 25 augustus 2009, beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

    1.4. Eiseres heeft schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

    1.5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

    1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2011. Eiseres is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen mr. E. Zehenpfenning-Stoel en B.N. Zegers. Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en elkaar.


    2. Tussen partijen vaststaande feiten

    2.1. In de periode 17 november 2004 tot en met 26 juli 2006 heeft eiseres 11 aangiften ten invoer gedaan voor het vrije verkeer van knoflooktenen met goederencode 0710 8095 80. De aangiften betreffen gekoelde knoflooktenen met een temperatuur van circa -1,5 graden Celsius.

    2.2. Op 9 oktober 2006 is, op grond van artikel 78, tweede lid, van het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW), een controle na invoer (hierna: cni) uitgevoerd voor de onder 2.1 genoemde 11 aangiften. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft verweerder de knoflooktenen ingedeeld in onderverdeling 0703 20 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) en de in geschil zijnde utb uitgereikt.


    3. Omschrijving van het geschil.

    3.1. Ter zitting is door partijen aangegeven dat de knoflooktenen moeten worden ingedeeld in onderverdeling 0703 20 00 van de GN. De indeling van de goederen is derhalve niet in geschil. In geschil is of sprake is van een vergissing in de zin van artikel 220, tweede lid, aanhef en onder b, van het CDW zodat niet tot boeking achteraf had mogen worden overgegaan.

    3.2. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een vergissing in de zin van artikel 220, tweede lid, aanhef en onder b, van het CDW.
    Eiseres verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, de uitspraak op bezwaar en de utb te vernietigen en verweerder te veroordelen in de werkelijke kosten van de procedure omdat verweerder het gelijkheids-, zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel heeft geschonden.

    3.3. Verweerder verzoekt het beroep ongegrond te verklaren.


    4. Standpunten van partijen.

    4.1. Eiseres stelt dat de utb is uitgereikt in strijd met artikel 220, tweede lid, aanhef en onder b, van het CDW en daarom moet worden vernietigd.

    4.2.1. Daartoe voert zij aan dat voor twee van de 11 in geding zijnde aangiften verweerder een zogenoemde containerscan heeft uitgevoerd. Uit het verslag Communautair douanevervoer nr. PE 220.895/def. 20-2-1997 volgt, zo stelt eiseres, dat het Ministerie van Financiën van oordeel is dat met scancontroles even goede of betere resultaten worden bereikt als met visuele controles. Gelet hierop meent eiseres dat verweerder via de scancontroles had kunnen en, naar zij stelt ook, moeten vaststellen dat de ingevoerde knoflook niet was bevroren, maar was gekoeld. Door niettemin de aangiften voor bevroren knoflook te accepteren, heeft verweerder een vergissing in de zin van artikel 220 CDW begaan.

    4.2.2. Voorts voert eiseres aan dat er in een aantal gevallen een controle ‘code 2’, zijnde een controle op het niveau van de bescheiden heeft plaatsgehad. Ook hierbij hadden de Nederlandse douaneautoriteiten kunnen en moeten vaststellen dat gekoelde knoflook werd aangegeven als bevroren knoflook. Immers op de bill of lading staat vermeld dat de temperatuur van de knoflook –½ tot –1 ½ graden Celsius bedroeg. Gelet hierop, bezien in samenhang met het door verweerder in deze procedure ingenomen standpunt dat de Nederlandse Douaneautoriteiten altijd van mening zijn geweest dat knoflook pas is bevroren bij een temperatuur lager dan –7 graden Celsius, had verweerder kunnen en moeten opmerken dat de goederen onjuist waren ingedeeld. Door acceptatie van deze aangiften heeft verweerder een vergissing begaan in de zin van artikel 220 CDW.

    4.2.3. Bovendien, zo stelt eiseres, zijn in de desbetreffende periode vier fysieke controles uitgevoerd. Drie daarvan zien op aangiften die niet in de utb zijn verwerkt. De vierde aangifte, waarin ook de GN-code voor bevroren knoflook is aangegeven, is bij vergissing geaccepteerd.

    4.3.1. Verweerder betwist dat er sprake is van een vergissing. Bij containerscans wordt met name gekeken of er goederen worden binnengesmokkeld. Aan de hand van deze scan kan niet worden beoordeeld of het knoflook in bevroren of gekoelde toestand betreft. De containerscan is niet geschikt om goederen in het tarief in te delen en wordt daarvoor ook niet gebruikt.

    4.3.2. De controle op bescheiden is niet diepgaand. Daarbij wordt enkel gecontroleerd of alle benodigde papieren aanwezig zijn. Gecontroleerd wordt voorts op het niveau van kennelijke onjuistheden. Er wordt geen controle verricht naar de juistheid van de indeling van de aangegeven goederen.

    4.3.3. De aangifte eindigend op nummer 4687 is inderdaad fysiek onderzocht. Daarbij heeft de monsternemer echter een fout gemaakt. De temperatuur van de onderzochte goederen bedroeg volgen het formulier I.U.D. minus 18 graden Celsius. Op basis daarvan heeft hij het monster bewaard in de diepvries bij –18 graden Celsius. Het laboratorium heeft derhalve diepgevroren knoflook ten onderzoek aangeboden gekregen. Daardoor is de goederencode conform bevonden. De aangifte eindigend op nummer 4486 is buiten werking gesteld. De aangifte eindigend op nummer 4487 is fysiek gecontroleerd door de voedsel- en warenautoriteit. De aangifte eindigend op nummer 4561 is niet fysiek gecontroleerd ondanks dat deze daarvoor in eerste instantie wel was geselecteerd. Van deze aangifte zijn alleen de bescheiden gecontroleerd. Lang niet alle controles die worden uitgeschreven worden uitgevoerd. Als een fysieke controle is uitgevoerd wordt dat standaard op de aangifte aangetekend. Op deze aangifte staat niets vermeld.


    5. Beoordeling van het geschil

    5.1. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie beoogt artikel 220, tweede lid, aanhef, sub b, van het CDW de bescherming van gewettigd vertrouwen van de douaneschuldenaar (in de juistheid van alle factoren die een rol spelen bij het besluit om al dan niet tot boeking achteraf van invoerrechten over te gaan). Op grond van deze bepaling wordt niet overgegaan tot boeking achteraf van invoerrechten indien de volgende drie, cumulatieve voorwaarden zijn vervuld: het niet heffen van de rechten is te wijten aan een vergissing van de bevoegde autoriteiten zelf; de vergissing is van dien aard dat zij door een douaneschuldenaar die te goeder trouw is, redelijkerwijze niet kon worden ontdekt en de douaneschuldenaar heeft aan alle voorschriften van de geldende regeling inzake de douaneaangifte voldaan. Uit het arrest van het Hof van Justitie van 27 juni 1991, C-348/89, inzake Mecanarte, volgt dat vergissingen inzake de uitlegging of de toepassing van de voorschriften betreffende de rechten bij invoer of bij uitvoer, die de belastingschuldige niet redelijkerwijze kon ontdekken, alle vergissingen omvatten, wanneer zij het gevolg zijn van een actieve gedraging. Op eiseres rust de bewijslast haar stelling aannemelijk te maken dat de voorwaarden zijn vervuld.

    5.2. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of er sprake is van een vergissing door de bevoegde autoriteiten. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en motiveert dit als volgt.

    5.3.1. Allereerst is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een actieve standpuntbepaling ten aanzien van de indeling van het onderhavige product wanneer het product is gecontroleerd via een containerscan. Bij de scan gaat de vrachtwagen waarin de goederen zijn geladen door een zogenoemde scanstraat. Daarbij wordt de lading tamelijk goed zichtbaar. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat bij een containerscan primair wordt gecontroleerd of sprake is van smokkel; of aannemelijk is dat (enkel) de aangegeven goederen in de container aanwezig zijn. De scan kent echter beperkingen doordat controle alleen plaatsvindt aan de hand van beelden. Verweerder heeft niet dan wel onvoldoende weersproken gesteld dat de scan niet geschikt is om goederen in te delen in het tarief en dat de scan daartoe dan ook niet wordt gebruikt. Voorts heeft verweerder niet dan wel onvoldoende weersproken gesteld dat de scan een hulpmiddel is ten behoeve van de stopfunctie van de douane. De mededeling van het Ministerie van Financiën is in die zin bedoeld. De rechtbank volgt verweerder hierin. De scan geeft over de indeling in het tarief dus geen uitsluitsel en er is geen sprake van een actieve standpuntbepaling.

    5.3.2. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat de aangifte eindigend op nummer 4486 buiten werking is gesteld, dat de aangifte eindigend op nummer 4487 is gecontroleerd door de Voedsel- en Warenautoriteit en dat van de aangifte eindigend op nummer 4561 slechts de bescheiden zijn gecontroleerd. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze drie aangiften fysiek door verweerder zijn gecontroleerd. Er heeft in die gevallen dan ook geen actieve standpuntbepaling ten aanzien van de indeling van het product plaatsgehad.
    Voorts volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat het product bij de controle van de aangifte eindigend op nummer 4687, door een fout bij de monstername, niet is beoordeeld in zijn (oorspronkelijk) aangeleverde staat. Hier is weliswaar sprake van een vergissing van verweerder maar één die eiseres redelijkerwijze had kunnen ontdekken. Eiseres had namelijk kunnen en moeten beseffen dat hier sprake was van een vergissing nu het laboratorium kennelijk is uitgegaan van knoflook met een temperatuur van –18 graden Celcius. Onder die omstandigheden is geen sprake van gewekt vertrouwen en is de inspecteur niet gehouden op grond van artiel 220 CDW af te zien van navordering.

    5.3.3. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval het accepteren van de aangegeven GN-code na een controle van de bescheiden evenmin een vergissing vormt in de zin van artikel 220 CDW. Het vereiste dat de belastingschuldige bij zijn douaneaangifte heeft "voldaan aan alle voorschriften van de geldende regeling", moet worden geacht te zijn vervuld, wanneer de goederen te goeder trouw onder een verkeerde tariefpost zijn aangegeven, deze tariefpost duidelijk en uitdrukkelijk is vermeld tezamen met de omschrijving van de betrokken goederen, zodat de bevoegde douaneautoriteiten onmiddellijk en met zekerheid hadden moeten vaststellen dat het niet de juiste tariefpost was (vgl. het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 1 april 1993, Société Hewlett-Packard France, C-250/91). In deze zaak kan niet worden gezegd dat, gelet op de omschrijving van de betrokken goederen in de bescheiden, de bevoegde douaneautoriteiten aan de hand daarvan onmiddellijk en met zekerheid hadden moeten vaststellen, dat een onjuiste tariefpost was aangegeven.
    Het van toepassing zijnde criterium: ‘onmiddellijk en met zekerheid’ heeft betrekking op vergissingen die in één oogopslag duidelijk moeten zijn. Het accepteren van een aangifte van knoflooktenen met een temperatuur van minder dan 0 graden Celcius – de temperatuur waarbij water bevriest – onder de GN-code ‘bevroren knoflooktenen’, kan niet onder deze door het HvJ EU bedoelde situatie worden begrepen. Van een douaneambtenaar, die alleen een bescheiden controle doet, mag niet worden verwacht dat het hem – zonder nader onderzoek – onmiddellijk en met zekerheid duidelijk is dat knoflook met een temperatuur van – ½ tot –1½ graad Celsius, niet als bevroren kan worden aangemerkt. Aan het voorgaande wordt niet afgedaan door het feit dat op de bill of lading de temperatuur staat vermeld waaronder het product is vervoerd, zijnde een temperatuur van – ½ tot –1½ graad Celsius.

    5.4. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat er geen sprake is van actieve standpuntbepaling die een vergissing in de zin van artikel 220 CDW vormt.

    5.5. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen ten aanzien van de vraag of sprake is van een vergissing van de bevoegde autoriteiten, behoeven de overige stellingen aangaande artikel 220, tweede lid, sub b, van het CDW geen behandeling meer.

    5.6. Eiseres heeft zich in repliek subsidiair op het standpunt gesteld dat de utb voor vier van de elf invoeraangiften ten onrechte is opgelegd omdat daarvan in de utb de onjuiste nummers zijn vermeld. Als jaar van aangifte staat vermeld 2004 in plaats van 2005.

    5.7. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hierbij sprake is van een verschrijving die eiseres eerst heeft opgemerkt nadat daarvan in het verweerschrift melding is gemaakt. Van begin af aan is eiseres duidelijk geweest welke aangiften in de utb zijn betrokken.

    5.8. De rechtbank is van oordeel dat deze grief eiseres niet kan baten. Er is in dit geval sprake van een kenbare vergissing waaraan de rechtbank met analoge toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht voorbijgaat, nu eiseres hierdoor niet is benadeeld. Dit leidt de rechtbank af uit het feit dat eiseres de grief pas heeft ingebracht nadat zij door verweerder op de verschrijving was gewezen. Het was eiseres van meet af aan duidelijk welke aangiften waren begrepen in de utb. Gelet hierop ziet de rechtbank geen reden de utb te verminderen.

    5.9. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.


    6. Proceskosten

    Bij deze uitkomst van de procedure ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.


    7. Beslissing

    De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

    Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Hummel, voorzitter, mr. A.J. Roke en
    mr. A. van Dongen, rechters, in tegenwoordigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2011.


    Afschrift verzonden aan partijen op:


    De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

    Rechtsmiddel

    Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

    Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
    1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
    2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
    a. de naam en het adres van de indiener;
    b. een dagtekening;
    c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
    d. de gronden van het hoger beroep.


    bron : rechtspraak.nl

  5. #5
    hans
    Guest
    interessant, de vraag is dan waar de douane de export scan op inzet welke buiten de scope van safety en security valt ?

    Op grond van welke wettelijke bepaling en op grond van welke risico analyse worden deze export scan dan uitgevoerd ?

    De selectie wordt bepaald door ECS maar een koppeling naar een zending op AWB niveau is er volgens mij nog niet. En als deze er al is zou een hele controle van een uitgaande vlucht nogal buitenproportioneel zijn om een specifieke zending onder een aanvullende controle te onderwerpen ?

  6. #6
    Voor de wettelijke grondslag zie artikel 13 van het CDW en nader specifiek voor het douanekantoor van uitvoer artikel 4, lid 4 quater van het CDW. Dit laatste voorschrift geeft aan dat passende op een risicoanalyse gebaseerde controles dienen te worden uitgevoerd. In die zin lijkt de onrechtmatigheid van dergelijke controles niet al te snel te kunnen worden aangenomen.

  7. #7
    Hoi JTP,

    Dank voor je reactie die dit onderwerp volgens mij goed kan gebruiken om een en ander wat helder uitgewerkt te krijgen.

    Ik zal het iets nader toelichten en ben benieuwd naar je zienswijze.


    Art 4 CDW
    quater. douanekantoor van uitvoer:
    het door de douaneautoriteiten overeenkomstig de douanewetgeving aangewezen douanekantoor waar de formaliteiten om aan goederen die het douanegebied van de Gemeenschap verlaten een douanebestemming te geven, met inbegrip van passende, op een risicoanalyse gebaseerde controles dienen te worden uitgevoerd;
    quinquies. douanekantoor van uitgang:
    het door de douaneautoriteiten overeenkomstig de douanewetgeving aangewezen douanekantoor waar goederen moeten worden aangebracht voordat zij het douanegebied van de Gemeenschap verlaten en waar zij onderworpen zijn aan douanecontroles
    welke verband houden met de uitgangsformaliteiten en aan passende, op een risicoanalyse gebaseerde controles;

    Artikel 13 CDW
    1. De douaneautoriteiten kunnen onder de overeenkomstig de geldende bepalingen vastgestelde voorwaarden alle controlemaatregelen nemen die zij nodig achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving en van andere wetgeving betreffende binnenbrengen, uitgang, doorvoer, overbrengen en bijzondere bestemming van goederen welke vervoerd worden tussen het douanegebied van de Gemeenschap en derde landen en betreffende de aanwezigheid van goederen die niet de status van communautaire goederen hebben. Douanecontroles die ertoe strekken de correcte toepassing van de communautaire wetgeving te garanderen, kunnen in een derde land worden verricht, voorzover een internationale overeenkomst daarin voorziet.



    =========

    Uit artikel 13 blijkt dat de controlemaatregelen betrekking hebben op goederen die niet de status van communautaire goederen hebben.
    Uit artikel 4 CDW quater blijkt dat het kantoor van uitvoer passende, op een risicoanalyse gebaseerde controles dienen te voeren .

    Communautaire goederen welke in het kader van ECS ten uitvoer zijn aangegeven zijn dan reeds op het kantoor van uitvoer aan een risicoanalyse onderworpen. Deze analyse bevat de safety en security controles.

    Het kantoor van uitgang is bevoegd douanecontroles uit te voeren welke verband houden met de uitgangsformaliteiten.
    In art 793 Toepassingsverordening staat geschreven :
    Het douanekantoor van uitgang ziet erop toe, dat de goederen het
    douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk uitgaan .... ev



    Kort samengevat meen ik dat:
    1. De controles op de 100 % lading van uitgaande luchtvaartuigen niet op een risico analyse zijn gebaseerd. De risico analyse dient op aangifte niveau te zijn gebasseerd en vervolgens op zending niveau te worden uitgevoerd. Deze controle is reeds uitgevoerd op het kantoor van uitvoer ten tijde van de ECS formaliteiten voor vrijgave van de goederen.
    2. De in art 793 genoemde controle beschrijft uitsluitend het erop toezien dat de goederen de gemeenschap verlaten. In mijn ogen houd deze controle in :
    - controle op aantal stuks
    - identificatie van de zending ( luchtvracht de AWB )
    - vaststellen of security maatregelen niet zijn geschonden. Er kan op dit moment wel aanleiding zijn voor een aanvullende douanecontrole.
    3. De in art 13 genoemde controles zijn gericht op goederen die niet de status van communautaire goederen hebben.


    zie ook de eerder gestelde vraag door het bedrijfsleven aan de douane :
    Schiphol, 4 maart 2004
    1. Hoe verhoudt de exportscan zich in het geval van handmatige selectie tot de export
    overeenstemmingscontrole die de afhandelaar bij aanname van de goederen (en dus vóór
    inslag) in opdracht van Douane uitvoert?

    De controles met gebruikmaking van de exportscan hebben als doel om vast te stellen of de
    goederen die de gemeenschap zullen verlaten dezelfde zijn als de goederen die zijn
    aangegeven voor uitvoer. Dat is een inhoudelijke controle. De overeenstemmingscontrole is
    veel minder diepgaand, hierbij wordt de inhoud van de verpakkingen niet onderzocht. Bij
    controle met behulp van de scan is dit wel het geval.


    link : http://www.douanehulp.nl/showthread.php?t=2059


    De overeenstemmingscontrole zoals deze staat voorgeschreven in art 793 wordt volgens onze informatie al vele jaren niet uitgevoerd maar een niet op airside thuishorende safety en security controle op vluchtniveau kennelijk wel ?

  8. #8
    Hallo allemaal,

    Met bijzondere interesse lees ook ik deze discussie mee. Wij zijn ook werkzaam op schiphol en krijgen ook met de douanescan op exportproces te maken.

    De douane meent de douane scan in te kunnen zetten opeen in het kader van ECS gedane aangifte welke de gemeenschap verlaat. Het argument hiervoor is inderdaad dat de controles met gebruikmaking van de exportscan hebben als doel om vast te stellen of de goederen die de gemeenschap zullen verlaten dezelfde zijn als de goederen die zijn aangegeven voor uitvoer. Dat is een inhoudelijke controle. De overeenstemmingscontrole is veel minder diepgaand, hierbij wordt de inhoud van de verpakkingen niet onderzocht. Bij controle met behulp van de scan is dit wel het geval.


    Stel je voor dat de controle wel betrekking heeft op een risico analyse is gebaseerd en op MRN niveau een scan controle wordt uitgevoerd.

    De vraag is dan :
    Kun je met een douane scan vaststellen of goederen die de gemeenschap zullen verlaten dezelfde zijn als de goederen die zijn aangegeven voor uitvoer? Een indeling van goederen is met een douane scan onmogelijk. Wel kan worden vastgesteld of bepaalde goederen zijn bijgepakt, of drugs, of wapens zijn verstopt.

    Wat volgens mij niet met een scan kan worden vastgesteld is of het dezelfde goederen zijn die ten uitvoer werden aangegeven. Hoeveel kan niet worden nagegaan en de indeling van de goederen kan niet worden geverifieerd.

    Het inzetten van een scan controle lijkt dan ook meer gericht te zijn op niet fiscale controles welke de douane opzich natuurlijk kan uitvoer maar ben het met Douane Jurist eens dat de safety en security controles dienen te worden uitgevoerd op het moment dat de zending ten uitvoer wordt aangegeven ( dus voor vrijgave ECS ).

    Wij krijgen als aangever binnenkort te maken met controles in het kader van ECS en zullen hier ook kosten voor moeten maken bij de afhandelaar en eventueel transport naa douane scan etc. Lijkt mij een zeer belangrijk onderwerp om juridisch eens goed uit te diepen om te voorkomen dat er kosten worden gemaakt en infrastructuur wordt ingericht in een proces voor controles waar deze mogelijk niet thuishoren.

    Onderwerp voor de Fenex ? ACN of EVO ?

  9. #9
    Hallo Douane Jurist e.a.

    Hierbij een korte reactie naar aanleiding van eerdere berichten. In artikel 13 van het CDW zie ik thans geen noodzaak tot restrictieve interpretatie op basis van de zinsnede 'niet de status van communautaire goederen hebben'. Het begrip 'uitgang' komt immers ook voor zodat de controle van communautaire goederen wellicht niet uit te sluiten is. Daarbij verwijs ik nog naar artikel 4, lid 8 van het CDW waarin het begrip niet-communautaire goederen wordt gedefinieerd: "niet-communautaire goederen: andere dan de in punt 7 bedoelde goederen. Onverminderd de artikelen 163 en 164 verliezen communautaire goederen deze douanestatus wanneer zij het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk verlaten." Ingeval de douanestatus van de goederen wel van belang zou zijn voor de mogelijkheden tot controle dan ontstaat kennelijk de vraag of de goederen op het tijdstip van de scan de Gemeenschap al dan niet daadwerkelijk verlaten. In die zin impliceert het verlies van de douanestatus tevens de mogelijkheid tot controle.

  10. #10
    Hallo JTP, dank voor je feedback wederom, het geeft weer stof tot nadenken inderdaad.


    Ik richt mij specifiek op het export proces waarbij communautaire goederen ten uitvoer worden aangeven en baseer mijn stelling dat de export scan mogelijk onrechtmatig is mede op de door de Europese commissie gepuibliceerde Guidelines on export en exit : http://ec.europa.eu/ecip/documents/p...enarios_en.pdf


    In de diverse scenarios welke in elk geval van toepassing zijn op vervoer van goederen door de lucht valt te lezen dat :

    quote
    However, it is the office of export which is responsible for risk analysis, including risk analysis for safety/security purposes. It is impossible for the office of export to perform this task if the goods are no longer under its supervision. The export declaration must be lodged in accordance with the existing national or local arrangements and procedures for
    the export declaration at the place of export. The goods cannot be removed from the place where they must be available for control by the office of export until that office grants release.
    unquote


    Uit deze teksten blijkt dat de verantwoordelijkheid voor de risico analyse op safety en security bij het kantoor van uitvoer ligt. Het is dan ook het moment waar op uitvoer aangifte wordt gedaan dat wordt bepaald of en zo ja welke controles in het kader van safety en security dienen worden uitgevoerd. Na de toestemming tot wegvoering zijn de goederen vrijgegeven voor uitvoer en dient het kantoor van uitgang toezicht te houden op het uitgaan van deze goederen. Dit laatste overeenkomstig artikel 793 van de toepassingsverordening.

    Indien goederen worden verzonden in het kader van een enkele vervoersovereekomst wordt er bovendien vanuit gegaan dat het uitgaan van de goederen wordt gegarandeerd.


    In de guidlines staat een volgend voorbeeld beschreven :
    ================================================== ==========
    Example: The goods are taken over by the carrier at Vienna airport, Austria, and subsequently flown to Frankfurt, Germany. From Frankfurt they leave the EU by air, on a direct flight to New York, USA. The entire movement from Vienna to New York is covered by a single transport contract. The export declaration is lodged in Vienna and the office of exit is, upon request of the exporter/declarant or his representative, the same office.

    12A.1 The export declaration must be lodged at the office of export (Vienna) at least 30 minutes prior to departure from an airport in the EU. Departure must be read as departure out of the EU. The export declaration must be lodged, to the customs office of export (Vienna), not later than 30 minutes prior to departure of the aircraft from Frankfurt.

    However, as it is the office of export (Vienna) which is responsible for risk analysis, including risk analysis for safety/security purposes, the export declaration must be lodged in accordance with the existing national or local arrangements and procedures for theexport declaration at the place of export i.e. in Vienna. The goods cannot be removed from the place where they must be available for control by the office of export until that office grants release. As the deadline, in this case, is 30 minutes before the goods are loaded onto the aircraft on which they are to leave the customs territory of the Community i.e. in Frankfurt, the deadline will therefore invariably automatically be met simply by compliance with the export procedure.

    12A.2 The customs office of export (Vienna) will issue a registration number (MRN) 1 upon acceptance of the declaration, perform risk analysis and release the goods following possible verification. The exporter/declarant, or his representative, must advise the office of export that the goods are to be taken over under a single transport contract and request that the office of exit formalities are completed by the office of export. The office of export may require evidence of the single transport contract.

    12A.3 The customs office of export (Vienna), is now also, for the purposes of the export procedure, the customs office of exit and certifies the exit of the goods on the basis of the assumption that exit is 'guaranteed' by the single contract. The certificate of exit [export notification] required by other authorities, e.g. VAT, is issued immediately to the exporter by the office of export in Vienna when it releases the goods.

    12A.4 In order for the customs office of Frankfurt, which is the office of physical exit (different from the customs office of export/exit which is Vienna) to know that the goods can be loaded for transport out of the EU, evidence that the goods have been released for export and that the exit formalities have already been completed must be available.

    The carrier must therefore make available on request to the customs office at the actual point of exit one of the following:

    - the MRN of the export declaration; or

    - a copy of the single transport contract or export declaration; or

    - the unique consignment reference number or the transport document reference number together with the number of
    packages and, if containerized, the equipment identification number: or

    - information concerning the single transport contract or the transport of the goods out of the customs territory of the
    Community contained in the processing system of the person taking over the goods or another processing system.

    12A.5 The customs office of physical exit (Frankfurt) will control the physical exit of the
    goods
    ================================================== =================


    Mijn mening is dan ook dat tevens uit het beschreven voorbeeld blijkt dat alleen het fysiek uitgaan gecontroleerd wordt. De controle bij aanlevering van een luchtvrachtzending waar een aangifte ten uitvoer is gedaan kan naar mijn mening dan ook niet zo ver gaan dat een scancontrole wordt uitgevoerd. De controle dient beperkt te blijven tot primair een overeenstemmingscontrole waarbij gecontroleerd wordt of de aangebrachte goederen overeenstemming met de in de aangifte ten uitvoer vermelde gegevens. Tijdens deze controle kunnen natuurlijk ook andere zaken worden aangetroffen die niet in de zending verpakt horen te zijn. Een scancontrole welke er primair op is gericht het tweede aspect bloot te leggen van de voorgenoemde fysieke controle en een juiste overeenstemmingscontrole niet kan uitvoeren lijkt mij dus een safety en security controle welke reeds is uitgevoerd tijdens de verificatie van de aangifte ten uitvoer.




    Verlies van communautaire status
    Naar mijn mening verliezen de communautaire goederen deze douanestatus zodra zij de gemeenschap daadwerkelijk verlaten en daarmee vat ik dat letterlijk op. De goederen zullen middels het uitgaand vervoermiddels zich buiten het geografisch gebied van de gemeenschap moeten bevinden om deze douanestatus te verliezen. Op het moment dat de douanescan wordt uitgevoerd bevinden deze zich nog op Schiphol .

    Aanwezigheid van de aangever bij controle
    De douane heeft al eerder verklaard dat de scan controle op ten uitvoer aangegeven goederen voor rekening dient te komen van de aangever. De aangever heeft het recht bij een controle aanwezig te zijn. Ik vraag mij af of bij de 100% controle op uitgaande vluchten de aangever als subject van de regeling geinformeerd wordt ? Wat indien de aangever weigert aanwezig te zijn ? Het vliegtuig wacht niet dus de controles worden toch uitgevoerd. Niet alleen het selecteren van een uitgaande vlucht ten behoeve van een 100% douane scan controle levert een interessant vraagstuk op maar ook de juridische gevolgen nu de aangever op geen enkele wijze een rol speelt in dit proces.

    Hoeveel doorlopende machtigingen van aangevers zouden de afhandelaren in bezit hebben waarin de aangevers hebben verklaard dat de afhandelaar hen in rechte mag vertegenwoordigen bij een dergelijke controle ?

Posting Permissions

  • You may not post new threads
  • You may not post replies
  • You may not post attachments
  • You may not edit your posts
  •