LJN: BI3188,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 400547 / CV EXPL 08-12210Print uitspraakDatum uitspraak:15-04-2009Datum publicatie:07-05-2009Rechtsgebied:Civiel overigSoort procedure:Eerste aanleg - enkelvoudigInhoudsindicatie:Na instapweigering in Colombo, Sri Lanka, in verband met de overboeking van het vliegtuig, arriveren eisers met een vertraging van 13 uur en 20 minuten in Amsterdam. De vliegtuigmaatschappij (Martinair) heeft eisers elk een bedrag van € 150,00 als compensatie betaald. Eisers vorderen de volledige compensatie van € 600,00 per persoon (onder aftrek van het reeds ontvangen bedrag) op grond van artikel 4 lid 3 juncto artikel 7 van de Europese Verordening nr. 261/2004 van het Europees parlement en de Raad. Martinair voert aan dat ingevolge artikel 3.1 de verordening niet van toepassing is. De kantonrechter verwerpt het verweer, omdat het door eisers ontvangen bedrag niet kan worden aangemerkt als "bepaalde voordelen of compensatie" als bedoeld in artikel 3 van de verordening.UitspraakRECHTBANK HAARLEM
Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 400547 / CV EXPL 08-12210
datum uitspraak: 15 april 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser 1]
[eiser 2]
[eiser 3]
[eiser 4]
allen te [woonplaats]
eisende partijen
hierna te noemen [eisers]
gemachtigde: R. Bos (Euclaim B.V.)
rolgemachtigde: J.M. van Meggelen gerechtsdeurwaarders

tegen

de naamloze vennootschap Martinair Holland N.V.
te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer
Martinair partij
hierna te noemen Martinair
gemachtigde mr. B. Eggen


De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken, welke als hier ingelast worden beschouwd.
- de dagvaarding van 1 oktober 2008 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de rolbeschikking van de kantonrechter van 26 november 2008;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek met producties.

[eisers] heeft op de bij dupliek door Martinair overgelegde producties niet kunnen reageren. Aangezien de kantonrechter die producties niet bij haar beoordeling zal betrekken, is er geen noodzaak om [eisers] alsnog in de gelegenheid te stellen om op die producties te reageren. [eisers] is immers niet geschaad in hun belangen.
Vonnis is bepaald op heden.


De feiten

1. [eisers] heeft bij Martinair een vlucht geboekt voor vier personen van Bandaranayake International Airport, Colombo, Sri Lanka naar Schiphol. De vlucht naar Amsterdam - een vlucht van 8.374 km - werd uitgevoerd door Martinair.
2. Op 15 maart 2008 zou [eisers] om 17.50 uur lokale tijd vanaf Colombo naar Schiphol vliegen met vluchtnummer MP 558. Aankomst op Schiphol was gepland om 2.30 uur lokale tijd.
3. [eisers] heeft zich op tijd en in bezit van de juiste reisdocumenten gemeld bij de incheckbalie op het vliegveld. Daar kreeg [eisers] te horen dat vlucht MP 558 naar Amsterdam van 17.50 uur vol was wegens overboeking. [eisers] werd het instappen geweigerd.
4. [eisers] werd omgeboekt naar een vlucht van Colombo, Sri Lanka naar Londen, welke vertrok op 16 maart om 2.15 uur lokale tijd en in Londen landde om 9.12 uur. Vervolgens vloog [eisers] met een KLM toestel naar Amsterdam, alwaar zij diezelfde dag - met een vertraging van 13 uren en 20 minuten - om 15.50 uur is gearriveerd.
5. Martinair heeft € 150,00 compensatie per persoon, derhalve een totaalbedrag van
€ 600,00, uitbetaald aan [eisers].

De vordering

[eisers] vordert (samengevat) naast nevenvorderingen veroordeling van Martinair tot betaling van € 1.800,00. [eisers] stelt daartoe onder meer het volgende.

[eisers] werd het instappen geweigerd. [eisers] werd omgeboekt naar een andere vlucht, waardoor zij met een vertraging van 13 uren en 20 minuten op Schiphol arriveerde. De instapweigering is niet gebaseerd op redelijke gronden in de zin van artikel 2 sub j van de Europese Verordening nr. 261/2004 van het Europees parlement en de Raad (hierna: de verordening).
Gelet op artikel 4 lid 3 juncto artikel 7 van de verordening heeft [eisers] recht op
€ 600,00 compensatie per persoon. Martinair heeft erkend dat zij [eisers] heeft omgeboekt, en heeft op grond van haar algemene voorwaarden € 150,00 per persoon uitbetaald. Deze compensatie is door [eisers] niet ontvangen in het derde land zoals voorgeschreven in artikel 3 lid 1 sub b van de verordening.
Martinair heeft nagelaten om [eisers] schriftelijk te informeren over de regels omtrent compensatie en bijstand overeenkomstig de verordening, waardoor zij in strijd met artikel 14 lid 2 van de verordening heeft gehandeld. [eisers] heeft nog recht op (4 x € 450,00 per persoon) € 1.800,00 compensatie.
Tevens vordert [eisers] de buitengerechtelijke incassokosten van € 357,00.

Het verweer

Martinair betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan.

De verordening is niet van toepassing. Het gaat om een instapweigering voor een gedeelte van de vlucht blijkens de tekst van artikel 4 van de verordening moet het gaan om een instapweigering van een gehele vlucht.


Ook is de verordening niet van toepassing omdat de instapweigering plaatsvond in een niet EU-land en Martinair aan [eisers] bijstand heeft verleend en compensatie heeft uitgekeerd. Artikel 3 van de verordening bepaalt dat in dat geval de verordening niet van toepassing is.
Het is niet relevant dat de compensatie in Nederland is verstrekt, omdat een passagier het dan in zijn macht zou hebben de verordening toepasselijk te maken door bijstand en/of compensatie in het niet EU-land te weigeren.
Aangezien de verordening niet van toepassing is, heeft Martinair de informatieplicht van artikel 14 van de verordening niet geschonden. Als Martinair de informatieplicht wel zou hebben geschonden, is daar geen schade uit voortgevloeid. Conform de regeling die Martinair hanteert voor gevallen waarin de verordening niet van toepassing is, heeft Martinair [eisers] een vergoeding van € 150,00 per persoon betaald. Indien de verordening toch van toepassing zou zijn, strekt het betaalde in mindering op de gevorderde compensatie.
Tenslotte zijn de buitengerechtelijke kosten niet onderbouwd en is aannemelijk dat deze kosten zijn verdisconteerd in een eventuele proceskostenveroordeling.

De beoordeling van het geschil

1. Martinair voert aan dat het onderhavig geschil buiten de werkingssfeer van de verordening ligt, omdat sprake is van instapweigering voor een gedeelte van de totale vlucht die is overeengekomen. Dit verweer faalt. [eisers] hadden een ticket met eindbestemming Amsterdam, hun reis bestond uit aansluitende vluchten. Hen is het instappen geweigerd voor de geplande vlucht van Colombo naar Amsterdam. Dat de instapweigering betrekking heeft op een gedeelte van de vlucht, maakt dat niet anders.

2. Martinair voert aan dat de verordening niet van toepassing is. Ter onderbouwing stelt Martinair dat de annulering niet plaatsvond in een EU-land en dat [eisers] reeds bijstand en compensatie (of een voorstel tot compensatie) heeft ontvangen als bedoeld in artikel 3 lid 1 onder b van de verordening.

Artikel 3 van de verordening luidt, voorzover hier van belang:
"1. deze verordening is van toepassing a)..b) op passagiers die vertrekken vanaf een in een derde land gelegen luchthaven naar een luchthaven op het grondgebied van de lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is, tenzij zij bepaalde voordelen of compensatie hebben ontvangen en bijstand hebben gekregen in dat derde land…"

Naar het oordeel van de kantonrechter kan in het onderhavige geval -nu het bedrag dat [eisers] heeft ontvangen lager is dan de compensatie van artikel 7 van de verordening- niet worden aangenomen dat [eisers] "bepaalde voordelen of compensatie" heeft ontvangen, als bedoeld in artikel 3 van de verordening. Indien luchtvaartmaatschappijen bij het uitkeren van een compensatie in het derde land zouden kunnen volstaan met uitkering van een (veel) lager bedrag dan genoemd in artikel 7 van de verordening, dan zou dit er immers toe kunnen leiden dat luchtvaartmaatschappijen zich op die wijze (deels) onttrekken aan de verplichtingen van de verordening. Dit zou in strijd zijn met het beschermende karakter van de verordening. "Bepaalde voordelen of compensatie" moeten dan ook tenminste gelijk zijn aan de in artikel 7 van de verordening genoemde compensatie om een beroep op de uitzondering van artikel 3 van de verordening te kunnen rechtvaardigen.
In het onderhavige geval is € 150,00 compensatie betaald per persoon, in plaats van de € 600,00 compensatie per persoon van de verordening.

3. Martinair heeft subsidiair aangevoerd dat de reeds door haar uitbetaalde € 600,00 compensatie in mindering dient te strekken op de vordering. Uit de dagvaarding blijkt dat [eisers] rekening heeft gehouden met de reeds betaalde compensatie, zodat deze compensatie niet meer in mindering kan strekken op de vordering.

4. [eisers] heeft € 357,00 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Martinair heeft deze vordering gemotiveerd betwist. Gesteld en gebleken is dat de door [eisers] verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden toegewezen.

5. Nu Martinair geen verdere verweren tegen de vordering heeft gevoerd, ligt deze voor toewijzing gereed.

6. De proceskosten komen voor rekening van Martinair omdat deze in het ongelijk wordt gesteld, met dien verstande dat de gevorderde btw over de informatiekosten KvK wordt afgewezen, aangezien niet is gesteld dat deze verschuldigd is.

Beslissing

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Martinair tot betaling aan [eisers] van € 2.157,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 augustus 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Martinair tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eisers] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 87,94
vastrecht € 201,00
salaris gemachtigde € 300,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.



Dit vonnis is gewezen door mr. N.E. Kwak en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.