LJN: BI6311,Sector kanton Rechtbank Haarlem , zaak/rolnr.: 400626 / CV EXPL 08-12232Print uitspraakDatum uitspraak:15-04-2009Datum publicatie:04-06-2009Rechtsgebied:Civiel overigSoort procedure:Eerste aanleg - enkelvoudigInhoudsindicatie:Eiser vordert van gedaagde ingevolge artikel 5 juncto artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, betaling van € 1.600,00 als compensatie in verband met de annulering van een vlucht van Karpathos naar Schiphol. Wegens slechte weersomstandigheden op Karpathos kon het toestel dat eiser naar Schiphol zou vervoeren niet landen op Karpathos. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. De beslissing die een gezagvoerder tijdens de vluchtuitoefening uit veiligheidsoverwegingen neemt dient terughoudend te worden getoetst. Het is uit het oogpunt van de veiligheid noodzakelijk dat een gezagvoerder de mogelijkheid heeft om naar bevind van zaken te handelen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Er is sprake van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening. UitspraakRECHTBANK HAARLEM
Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 400626 / CV EXPL 08-12232
datum uitspraak: 15 april 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]
te [woonplaats]
eisende partij
hierna te noemen [eiser]
procederend in persoon

tegen

de commanditaire vennootschap Transavia Airlines C.V.
de beherende vennoot, de besloten vennootschap Transavia Airlines B.V.
beiden te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer
gedaagde partijen
hierna te noemen Transavia
gemachtigde mr. R.L.S.M. Pessers


De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken, welke als hier ingelast worden beschouwd.
- de dagvaarding van 7 oktober 2008, met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de rolbeschikking van de kantonrechter van 24 december 2008;
- de conclusie van repliek meteen productie;
- de conclusie van dupliek.

Vonnis is bepaald op heden.

De feiten

1. [eiser] heeft bij Sudtours een reis voor zichzelf en zijn gezin (vier personen) naar Karpathos geboekt voor de periode van 3 juli 2008 tot en met 17 juli 2008. De vlucht van Karpathos naar Amsterdam – een vlucht van meer dan 1.500 km – werd uitgevoerd door Transavia.
2. Op 17 juli 2008 zou [eiser] met zijn gezin om 10.00 uur lokale tijd vanaf Karpathos naar Schiphol vliegen met vluchtnummer HV 116.
3. De gezagvoerder van het toestel dat de vlucht zou uitvoeren en die mede met dat doel vanaf Schiphol op weg was naar Karpathos heeft kort voor de landing besloten uit te wijken naar en te landen op Rhodos in verband met de weersomstandigheden op en rond Karpathos. De passagiers die zich in het toestel bevonden en op weg waren naar Karpathos zijn in Rhodos uitgestapt.
4. In het Aircraft Flight Log van de vlucht HV115 (het hiervoor onder 5 bedoelde toestel dat moest landen en de passagiers vervolgens naar Schiphol zou vervoeren onder vluchtnummer HV 116) van 17 juli 2008 staat:
“(…) During approach at AOK encountered moments mod/severe turbulence.-Deviated to RHO-(…) Performed usual/severe turbulence inspection acc AMM 05-51-04 rev 35 (sca manual). Found no abnormalities. Also performed readout of flight recorder; max G of + 1,821 was recorded and is within load acceleration limits(…)”
5. In het Trip Report van de vlucht HV115, opgemaakt door de gezagvoerder, van 17 juli 2008 staat:
“During flight to AOK reported wind was 330/41G51. Overhead the airport wind was 330/38. Started approach. When descending turbulence became moderate below +/- 5000. Decided not to continue approach. At this moment turbulence increased moderate to severe. We encountered negative windshear and speed dropped to stickshaker (…)”
6. Een Flight Safety Officer (hierna: FSO) van Transavia heeft de keuze van de gezagvoerder om uit te wijken achteraf beoordeeld en in een rapport daarover onder meer vermeld: “er was sprake van sterk wisselende wind en sterke turbulentie. De sterke turbulentie (severe turbulence) in de naderingsfase is een reden om uit te wijken. Toen de bemanning hierbij ook een sterke negatieve windschering (...) kreeg was er naar mijn mening nog maar een optie, uitwijk naar Rhodos. Niet uitwijken had de veiligheid van het toestel, de passagiers en de bemanning sterk in geding kunnen brengen.”
7. [eiser] en zijn gezin zijn uiteindelijk op 17 juli 2008 omstreeks 23.15 uur lokale tijd met een ander toestel (onder vluchtnummer HV 118) naar Schiphol gevlogen, alwaar zij op 18 augustus 2008 omstreeks 2.30 uur lokale tijd zijn gearriveerd.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) naast nevenvorderingen veroordeling van Transavia tot betaling van € 1.820,00.

[eiser] stelt daartoe dat hij ingevolge artikel 5 lid 1 sub c juncto artikel 7 lid 1 sub b van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 295/91 (hierna: de verordening) recht heeft op compensatie van € 400,00 per persoon, in totaal derhalve € 1.600,00, omdat de door hem geboekte vlucht is geannuleerd.
Transavia heeft bij brief van 8 augustus 2008 ook erkend dat er sprake was van annulering. Pas nadat [eiser] aanspraak heeft gemaakt op compensatie heeft Transavia zich op het standpunt gesteld dat er sprake zou zijn van vertraging.
[eiser] stelt tevens dat hij door de late aankomst van de vervangende vlucht € 70,00 aan taxikosten heeft moeten maken. Nu die schade voortvloeit uit het door Transavia verrichte vervoer is Transavia op grond van artikel 19 van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, Montreal 28 mei 1999, PbEG L 194/49 (hierna: Verdrag van Montreal) als feitelijk vervoerder aansprakelijk voor die schade.
Tevens vordert [eiser] de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 150,00.

Het verweer

Transavia betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan.

De vlucht is niet vervallen, maar later uitgevoerd dan beoogd. In de betrokken week zijn evenveel vluchten uitgevoerd als gepland. Het betreft daarom een vertraging. Transavia heeft overigens nooit erkend dat sprake is van annulering. In de brief van 8 augustus 2008 aan [eiser] ging Transavia er abusievelijk vanuit dat [eiser] op een andere, wιl geannuleerde vlucht was geboekt.
Voor het geval de kantonrechter toch van oordeel is dat de vlucht is geannuleerd, geldt dat Transavia niet tot compensatie is gehouden aangezien sprake is van een buitengewone omstandigheid. De gezagvoerder heeft tijdens de nadering van de luchthaven op Karpathos besloten uit te wijken naar Rhodos, omdat hij in verband met de weersomstandigheden op en rond Karpathos onvoldoende in kon staan voor de veiligheid van bemanning, passagiers en toestel wanneer in Karpathos zou worden geland. Het staat de gezagvoerder vrij om in gevallen waarin hij meent dat de veiligheid dat vergt, te beslissen om uit te wijken. Voor zover de beslissing van de gezagvoerder in rechte kan worden getoetst, dient dat terughoudend en marginaal te geschieden.
Tevens bestaat geen recht op enige vergoeding onder het Verdrag van Montreal, wanneer Transavia alle redelijke maatregelen heeft genomen om schade te verhinderen of dat het redelijkerwijs niet mogelijk was die maatregelen te nemen. Daarvan is sprake aangezien Transavia geen invloed heeft op het weer en [eiser] en zijn gezin op kosten van Transavia zijn opgevangen en verzorgd.
Wanneer aanspraak bestaat op compensatie onder de verordening heeft [eiser] slechts recht op € 400,00, omdat blijkens art. 7 van de verordening een passagier zelf een vordering dient in te dienen.
Tenslotte zijn de buitengerechtelijke kosten niet onderbouwd en is aannemelijk dat deze kosten zijn verdisconteerd in een eventuele proceskostenveroordeling.

De beoordeling van het geschil

1. Tussen partijen is niet in geschil dat de verordening van toepassing is op onderhavig geschil.

2. [eiser] stelt zich op het standpunt dat sprake is van annulering en vordert daarom compensatie op basis van de verordening. Transavia heeft primair als verweer gevoerd dat van een annulering geen sprake was, doch slechts van vertraging en subsidiair dat sprake was van buitengewone omstandigheden, als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening. De kantonrechter ziet aanleiding eerst het subsidiaire verweer van Transavia te behandelen.

3. In artikel 5 lid 3 van de verordening is bepaald dat een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert niet verplicht is compensatie te betalen indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. In overweging 14 van de preambule van de verordening staat dat buitengewone omstandigheden zich kunnen voordoen onder meer in gevallen van weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen.
4. Transavia heeft gesteld dat sprake was van buitengewone omstandigheden, die de gezagvoerder hebben genoodzaakt te beslissen uit te wijken naar Rhodos. Transavia heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat voor zover de beslissing van de gezagvoerder in rechte kan worden getoetst, deze toetsing terughoudend en marginaal moet gebeuren. Daarbij heeft Transavia erop gewezen dat het de gezagvoerder vrijstaat om te beslissen uit te wijken, als hij meent dat dit nodig is in verband met de veiligheid. De gezagvoerder beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid, aangezien de gezagvoerder tijdens de vluchtuitvoering als enige (eind)verantwoordelijk is voor de veiligheid van het toestel en de inzittenden.

5. De kantonrechter is met Transavia van oordeel dat de beslissing die een gezagvoerder tijdens de vluchtuitoefening uit veiligheidsoverwegingen neemt terughoudend dient te worden getoetst. Het is immers uit het oogpunt van veiligheid noodzakelijk dat een gezagvoerder de mogelijkheid heeft om naar bevind van zaken te handelen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Dit rechtvaardigt in het onderhavige geval de conclusie dat zodra de beslissing van de gezagvoerder om uit te wijken op grond van weersomstandigheden verdedigbaar was, moet worden aangenomen dat sprake is geweest van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening.

6. Uit het door Transavia overgelegde Aircraft Flight Log en het Trip Report blijkt dat het Transavia-toestel bij de nadering van de luchthaven te maken had met sterk wisselende wind, gematigde tot zware turbulentie en G-krachten tot +1,821. Dat dit de gegevens waren die de gezagvoerder ten tijde van zijn beslissing ter beschikking stonden, is door [eiser] niet betwist. De gezagvoerder kon er op basis van die gegevens van uit gaan dat het door hem bestuurde toestel bij de nadering van de luchthaven te maken had met weersomstandigheden, die bij landing de veiligheid van passagiers, bemanning en toestel in gevaar konden brengen. Dit in aanmerking genomen was de beslissing van de gezagvoerder om uit te wijken, op zijn minst genomen verdedigbaar. Een en ander wordt bevestigd in het rapport van de FSO, hiervoor deels geciteerd bij de feiten onder 6.

7. Weliswaar heeft [eiser] gesteld dat hij zelf toen op Karpathos heeft geconstateerd dat er geen bijzondere wind stond, dat andere toestellen probleemloos zijn geland en dat het grondpersoneel in Karpathos verbaasd was over de beslissing van de gezagvoerder, doch dit laat onverlet dat de beslissing van de gezagvoerder gelet op de hem toen in de lucht ter beschikking staande gegevens, verdedigbaar is geweest. Daarmee slaagt het beroep van Transavia op bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening. Reeds om die reden dient de gevorderde compensatie te worden afgewezen. De overige stellingen en weren omtrent vergoeding van compensatie op grond van de verordening, behoeven geen nadere bespreking, nu deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

8. [eiser] heeft ook nog vergoeding gevorderd van door hem gemaakte taxikosten van € 70,00, op basis het Verdrag van Montreal. Hiervoor is vastgesteld dat sprake is geweest van bijzondere (weers)-omstandigheden. Dergelijke omstandigheden vallen buiten de risicosfeer van Transavia. Transavia was dan ook niet bij machte om maatregelen te nemen, die de (taxi) schade zou hebben kunnen verhinderen, zodat voor een vergoeding op grond van het verdrag van Montreal evenmin plaats is. Ook de gevorderde taxikosten zullen daarom worden afgewezen.

9. Nu de hoofdsom wordt afgewezen is er ook geen plaats voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente. De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.



Beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 300,00 aan salaris van de gemachtigde.