De veroordelingen van twee verdachten wegens omkoping bij de verkiezingen op Sint Maarten in september 2010 blijven in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.
In verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 en de toetreding van Sint Maarten als zelfstandig land tot het Koninkrijk der Nederlanden werden in dat jaar vervroegde verkiezingen uitgeroepen. Deze tussentijdse verkiezingen vonden plaats op 17 september 2010.

De twee verdachten werden vervolgd en veroordeeld wegens omkoping bij deze tussentijdse verkiezingen. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie vond ten aanzien van de ene verdachte bewezen dat hij twee politieambtenaren heeft omgekocht en een andere politieambtenaar heeft proberen om te kopen om op United People Party te stemmen. Ten aanzien van de andere verdachte werd bewezenverklaard dat hij zich heeft laten omkopen om op die partij te stemmen. Beide verdachten werden veroordeeld tot 3 maanden voorwaardelijke celstraf en een geldboete van 300 Antilliaanse guldens.

De verdachten stelden beroep in cassatie in.
In de zaak van de omkoper slagen de ingediende cassatieklachten naar het oordeel van de Hoge Raad niet. De Hoge Raad heeft de klachten zonder inhoudelijke motivering afgedaan omdat het cassatieberoep ongegrond is en geen juridisch belangrijke nieuwe vragen oproept.
Ook in de zaak van de omgekochte verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep. In cassatie wordt geklaagd over het bewijs van omkoping. Het Hof heeft geoordeeld dat als vast komt te staan dat een kiezer een gift of belofte aanneemt en daarbij, gelet op de concrete omstandigheden van het geval, de verwachting wekt dat hij zijn kiesrecht op een bepaalde wijze zal uitoefenen, sprake is van omkoping. De Hoge Raad is van oordeel dat het Hof hiermee een juist uitgangspunt heeft gebruikt en dat de cassatieklacht ook anderszins niet slaagt.

Met de uitspraak van de Hoge Raad zijn de veroordelingen definitief.


More...