De veroordeling van een man uit Arnhem die naar SyriŽ wilde reizen tot 42 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk wegens Ė kort gezegd Ė het voorbereiden dan wel bevorderen van terroristische misdrijven, deelname aan een terroristische organisatie en het financieren van terrorisme blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.
De verdachte maakte plannen om uit te reizen naar het strijdgebied in SyriŽ, om zich in dat land aan te sluiten bij Jabhat-al-Nusra. De verdachte heeft zich daarvoor middelen en inlichtingen verschaft, onder meer door contact hebben met strijders in SyriŽ over de reis naar daarnaar toe en met een mededader over de noodzakelijke benodigdheden voor het verblijf in SyriŽ. Ook heeft de verdachte voor een andere persoon bemiddeld met het oog op aansluiting bij IS. Verder heeft de verdachte een telefoon en laptops verstuurd naar in het strijdgebied in SyriŽ aanwezige jihadstrijders en geldbedragen ingezameld en verstuurd ten behoeve van jihadstrijders in SyriŽ.
De verdachte stelde tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie in. In cassatie wordt onder meer geklaagd dat uit het bewijs niet kan worden afgeleid op welk misdrijf de voorbereidingshandelingen gericht waren.
De Hoge Raad verwerpt alle cassatieklachten. Het Hof heeft naar het oordeel van de Hoge Raad in dit geval kunnen aannemen dat het handelen van de verdachte Ďmet voldoende bepaaldheidí gericht was op het voorbereiden of bevorderen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk.
Met de uitspraak van de Hoge Raad is de veroordeling definitief.


More...