Uitvoeraangifte met Sagitta


Uitvoeraangiftes werken in principe hetzelfde als invoeraangiftes (Zie aangiftes ten invoer met Sagitta). Nadat de aangever de aangifte heeft ingediend, wordt door de douanecomputer een selectie bepaald. Ook hier kunnen goederen wit, oranje of rood vallen. Maar omdat er bij uitvoer meestal geen fiscaal belang is, zijn de controles veel minder frequent. De verstrekte gegevens worden voornamelijk voor statistische doeleinden gebruikt. Alleen bij exportzendingen waar wel een fiscaal belang is, zijn de controles strenger. Meestal zelfs veel strenger dan bij invoeraangiftes. Een voorbeeld hiervan is een uitvoeraangifte nadat goederen door een bedrijf zijn veredeld onder douanetoezicht. Lees hierover meer in het onderdeel 'Veredeling'. Een tweede voorbeeld zijn uitvoeraangiftes van landbouwgoederen waarop restitutie gegeven wordt. Deze aangiftes zijn zo gevoelig dat ze soms wel voor 100% fysiek en/of schriftelijk gecontroleerd worden.


Twee varianten
Bij uitvoeraangiftes zijn er twee varianten in de procedures: ‘geladen' en ‘te Laden'.

Geladen
In de situatie 'geladen' worden de goederen aangegeven terwijl ze zich al in het uitgaande vervoermiddel bevinden. Bij voorbeeld een tankcontainer wordt gevuld met een vloeibaar chemisch product. Pas nadat de container is gevuld is bekend hoeveel liter er precies is geladen. Pas dan kan door de exporteur of douane-expediteur de juiste uitvoeraangifte gemaakt worden. De goederen zijn dan wel al geladen. Mocht de selectie in Sagitta nu rood vallen, dan zouden de goederen alsnog gelost en opnieuw geladen moeten worden om vast te stellen hoeveel er precies geladen is. Dat is dan het risico van de transporteur c.q. exporteur. Het extra lossen en laden zal kosten en oponthoud in het logistieke proces met zich meebrengen. Maar omdat de kans op een controle gering is, kan deze aangiftewijze toch het meest voor de hand liggen.

Te laden
In de situatie ‘te laden' wordt de aangifte gemaakt terwijl de goederen klaar staan om in het uigaande transportmiddel geladen te worden. Bij voorbeeld een zending boter moet in een koelcontainer geladen worden. Over boter kan de exporteur landbouwrestitutie krijgen. De douane controleert dit soort zendingen heel vaak en streng. Degene die de uitvoeraangifte maakt kiest de variant ‘te laden' en geeft op dat de goederen om bij voorbeeld 11.00 uur geladen zullen worden. Hij moet de melding minimaal 30 minuten eerder verzenden, dus om 10.30 uur. Als de douane om 11.00 uur niet is verschenen voor een controle kan hij zonder meer laden. Als de douane dus een controle wil uitvoeren moet ze binnen 30 minuten ter plekke zijn. Stel dat dit soort goederen in een situatie 'geladen' worden aangegeven, dan is de kans groot dat de container weer uitgepakt moet worden hetgeen veel extra kosten en oponthoud met zich mee brengt. Dit soort goederen kunnen dus beter in de situatie ‘te laden' worden aangegeven.


bron : www.maco.nl