Results 1 to 3 of 3
  1. #1
    admin_old
    Guest

    "Anti piraterij " Verordening (EG) nr. 1383/2003 en 1891/2004

    32003R1383



    Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten

    Publicatieblad Nr. L 196 van 02/08/2003 blz. 0007 - 0014




    Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad
    van 22 juli 2003
    inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten

    DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
    Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133,
    Gezien het voorstel van de Commissie,
    Overwegende hetgeen volgt:
    (1) Ten behoeve van een betere werking van het systeem betreffende het binnenbrengen in de Gemeenschap alsmede de uitvoer en wederuitvoer van goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad van 22 december 1994 tot vaststelling van maatregelen om het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen te verbieden(1), moeten conclusies worden getrokken uit de ervaring die is opgedaan met de toepassing van die verordening. Ter wille van de duidelijkheid moet Verordening (EG) nr. 3295/94 worden ingetrokken en vervangen.

    (2) De handel in namaakgoederen, door piraterij verkregen goederen en, in het algemeen, van alle goederen die inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten, berokkent bonafide fabrikanten en handelaren en houders van rechten aanzienlijke schade, misleidt de consument en brengt in sommige gevallen zijn gezondheid en veiligheid in gevaar. Dergelijke goederen moeten zoveel mogelijk uit de handel worden gehouden en er moeten maatregelen worden getroffen die op doeltreffende wijze een einde maken aan deze illegale activiteiten, zonder de vrijheid van het legitieme handelsverkeer in het gedrang te brengen. Deze doelstelling sluit bovendien aan bij de inspanningen die op internationaal niveau worden geleverd.

    (3) Wanneer namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen en, in het algemeen, goederen die inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten van oorsprong of van herkomst zijn uit derde landen, moet het binnenbrengen van dergelijke goederen in het douanegebied van de Gemeenschap, inclusief overlading, vrijgave voor het vrije verkeer in de Gemeenschap, plaatsing onder een schorsingsregeling en binnenkomst in een vrije zone of vrij entrepot, worden verboden en moet in een procedure worden voorzien die de douaneautoriteiten de mogelijkheid geeft dit verbod zo doeltreffend mogelijk te handhaven.

    (4) De douaneautoriteiten moeten eveneens kunnen optreden wanneer namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen en goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten uitgevoerd of wederuitgevoerd worden of het douanegebied van de Gemeenschap verlaten.

    (5) De douaneautoriteiten moeten de vrijgave voor het vrije verkeer, de uitvoer of de wederuitvoer
    opschorten, of, in geval van goederen die onder een schorsingsregeling worden geplaatst, in een vrije zone of vrij entrepot worden opgeslagen, met kennisgeving wederuitgevoerd worden, in het douanegebied worden binnengebracht of dit verlaten, deze goederen vasthouden gedurende de tijd die nodig is om na te gaan of het daadwerkelijk gaat om namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen of goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten.

    (6) De specificaties van het verzoek om optreden, zoals geldigheidsduur en vorm, moeten worden vastgesteld en in alle lidstaten worden geharmoniseerd. Hetzelfde geldt voor de voorwaarden waaronder een verzoek in behandeling wordt genomen door de douaneautoriteiten en de kantoren die zijn aangewezen om deze verzoeken te ontvangen, te verwerken en te registreren.

    (7) Ook als er nog geen verzoek is ingediend of ingewilligd, zouden de lidstaten de mogelijkheid moeten hebben om goederen gedurende een bepaalde periode vast te houden, teneinde de houder van het recht in staat te stellen een verzoek om optreden in te dienen bij de douaneautoriteiten.

    (8) Wanneer wordt nagegaan of krachtens de nationale wetgeving inbreuk is gemaakt op intellectuele-eigendomsrechten, worden in die procedure de criteria gebruikt die in de betrokken lidstaat worden gehanteerd om vast te stellen of aldaar vervaardigde producten inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten. Deze verordening laat de bepalingen van de lidstaten inzake de rechterlijke bevoegdheid en de gerechtelijke procedures onverlet.

    (9) Teneinde de toepassing van deze verordening zowel voor de douane-instanties als voor de houders van rechten gemakkelijker te maken, moet een meer flexibele procedure kunnen worden gevolgd waarbij goederen die inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten worden vernietigd, zonder dat een procedure moet worden ingeleid om vast te stellen of krachtens de nationale wetgeving inbreuk is gemaakt op intellectuele-eigendomsrechten.

    (10) Er moeten maatregelen worden vastgesteld die van toepassing zijn op goederen waarvan is vastgesteld dat zij namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen zijn dan wel in het algemeen inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten. Deze maatregelen moeten niet alleen de personen die verantwoordelijk zijn voor het in de handel brengen van dergelijke goederen de economische voordelen van de transactie ontnemen en hen bestraffen, maar ook voldoende afschrikkend zijn om dergelijke praktijken in de toekomst te voorkomen.

    (11) Om te voorkomen dat de douaneafhandeling van goederen die zich in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden wordt verstoord, verdient het aanbeveling, behalve wanneer er bepaalde concrete aanwijzingen zijn dat het om commercieel verkeer gaat, te bepalen dat deze verordening niet van toepassing is op uit derde landen ingevoerde goederen die mogelijkerwijze namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen zijn of inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten, voorzover de in de communautaire wetgeving vastgestelde limieten voor douanevrijstellingen niet worden overschreden.

    (12) Ter wille van de doeltreffendheid van deze verordening is het belangrijk de uniforme toepassing van de daarin vastgestelde gemeenschappelijke bepalingen te waarborgen en de wederzijdse bijstand tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Commissie te intensiveren, met name door toepassing van Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften(2).

    (13) In het licht van de ervaring die met de toepassing van deze verordening is opgedaan, moet worden nagegaan of de lijst van intellectuele-eigendomsrechten waarop de verordening betrekking heeft, kan worden uitgebreid.

    (14) De maatregelen ter uitvoering van deze verordening moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(3).
    (15) Verordening (EG) nr. 3295/94 moet worden ingetrokken,
    HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

    HOOFDSTUK I DOEL EN WERKINGSSFEER

    Artikel 1
    1. Deze verordening stelt de voorwaarden vast waaronder de douaneautoriteiten kunnen optreden wanneer er een vermoeden is dat bepaalde goederen inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten, met name wanneer zij:
    a) voor het vrije verkeer, voor uitvoer of voor wederuitvoer worden aangegeven overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek(4);
    b) worden aangetroffen bij een controle van goederen die het grondgebied van de Gemeenschap binnenkomen of verlaten overeenkomstig de artikelen 37 en 183 van Verordening (EEG) nr. 2913/92, onder een schorsingsregeling zijn geplaatst in de zin van artikel 84, lid 1, onder a), van die verordening, na voorafgaande kennisgeving wederuitgevoerd worden in de zin van artikel 182, lid 2, van die verordening of in een vrije zone of een vrij entrepot worden opgeslagen in de zin van artikel 166 van die verordening.
    2. Deze verordening stelt tevens de maatregelen vast die de bevoegde autoriteiten moeten nemen wanneer wordt vastgesteld dat de in lid 1 bedoelde goederen inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten.

    Artikel 2
    1. In deze verordening wordt onder "goederen die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht" verstaan:
    a) "namaakgoederen" namelijk:
    i) goederen, met inbegrip van hun verpakking, waarop zonder toestemming een fabrieks- of handelsmerk is aangebracht dat identiek is aan of daarvan niet wezenlijk kan worden onderscheiden van het geldig geregistreerde fabrieks- of handelsmerk voor dergelijke goederen, en die zodoende, volgens de communautaire wetgeving in Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 betreffende het Gemeenschapsmerk(5) of de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douaneautoriteiten wordt ingediend, inbreuk maken op de rechten van de houder van het betrokken merk;
    ii) beeldmerken (met inbegrip van een logo, etiket, sticker, prospectus, gebruiksaanwijzing of garantiebewijs waarop een dergelijk merk is aangebracht), zelfs indien deze afzonderlijk worden aangeboden, waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;
    iii) afzonderlijk aangeboden verpakkingen waarop merken van nagemaakte goederen zijn aangebracht en waarvoor hetzelfde geldt als voor de onder i) bedoelde goederen;
    b) "door piraterij verkregen goederen" namelijk: goederen die kopieŽn zijn of bevatten die zijn vervaardigd zonder toestemming van hetzij de houder van een al dan niet overeenkomstig het nationale recht geregistreerd auteursrecht of naburig recht dan wel recht inzake tekeningen of modellen, hetzij een door de houder van het recht in het productieland gemachtigd persoon, wanneer de vervaardiging van deze kopieŽn volgens Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen(6) of de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douane wordt ingediend, inbreuk maakt op het betrokken recht;
    c) goederen die in de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douane wordt ingediend, inbreuk maken op:
    i) een octrooi waarop de wetgeving van die lidstaat van toepassing is;
    ii) een aanvullend beschermingscertificaat als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad(7) of Verordening (EG) nr. 1610/96 van het Europees Parlement en de Raad(8);
    iii) een nationaal kwekersrecht overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat of een communautair kwekersrecht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad(9);
    iv) benamingen van oorsprong of geografische aanduidingen overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat of als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad(10) en Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad(11);
    v) geografische benamingen als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad(12).
    2. In deze verordening wordt onder "houder van het recht" verstaan:
    a) de houder van een fabrieks- of handelsmerk, een auteursrecht of naburig recht, een recht inzake tekeningen of modellen, een octrooi, een aanvullend beschermingscertificaat, een kwekersrecht, een beschermde oorsprongsbenaming, een beschermde geografische aanduiding en/of in het algemeen een van de in lid 1 bedoelde rechten, of
    b) elke andere persoon die gemachtigd is een van de onder a) genoemde intellectuele-eigendomsrechten te gebruiken, of hun vertegenwoordiger.
    3. Mallen of matrijzen die specifiek vervaardigd of aangepast zijn voor de vervaardiging van goederen die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht worden gelijkgesteld met dergelijke goederen, voorzover het gebruik van deze mallen of matrijzen volgens de communautaire wetgeving of de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek om optreden van de douaneautoriteiten wordt ingediend, inbreuk maakt op de rechten van de houder van het recht.

    Artikel 3
    1. Deze verordening is niet van toepassing op goederen die met toestemming van de houder van een fabrieks- of handelsmerk van een dergelijk merk zijn voorzien, of op goederen waarop een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding voorkomt of die beschermd zijn door een octrooi of een aanvullend beschermingscertificaat, door een auteursrecht of naburig recht, door een recht inzake tekeningen of modellen, of door een kwekersrecht en die met toestemming van de houder van het recht zijn vervaardigd, doch zich zonder toestemming van deze laatste in een van de omstandigheden bedoeld in artikel 1, lid 1, bevinden.
    Deze verordening is evenmin van toepassing op in de eerste alinea bedoelde goederen die zijn vervaardigd of worden beschermd door een ander intellectuele-eigendomsrecht als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder andere voorwaarden dan die welke met de houder van het recht zijn overeengekomen.
    2. Wanneer zich in de persoonlijke bagage van reizigers niet-commerciŽle goederen bevinden waarvan de hoeveelheid de vrijstellingslimiet niet overschrijdt en er geen concrete aanwijzingen zijn dat de goederen deel uitmaken van handelsverkeer, gaan de lidstaten ervan uit dat deze goederen niet onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

    HOOFDSTUK II VERZOEK OM OPTREDEN VAN DE DOUANEAUTORITEITEN
    Deel 1 Maatregelen voorafgaand aan een verzoek om optreden van de douaneautoriteiten

    Artikel 4
    1. Wanneer een optreden van de douaneautoriteiten in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde situaties, dat plaatsvindt voordat de houder van het recht een verzoek heeft ingediend of een dergelijk verzoek is ingewilligd, voldoende aanwijzingen oplevert dat bepaalde goederen inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten, kunnen de douaneautoriteiten de vrijgave opschorten of de goederen vasthouden gedurende een termijn van drie werkdagen vanaf het tijdstip waarop de houder van het recht en, indien deze bekend zijn, de aangever of de houder van de goederen de kennisgeving hebben ontvangen, teneinde de houder van het recht in staat te stellen een verzoek om optreden in te dienen overeenkomstig artikel 5.

    2. Rekening houdend met de in de betrokken lidstaat geldende voorschriften kunnen de douaneautoriteiten, zonder enige andere informatie dan het werkelijke of geraamde aantal voorwerpen en de aard ervan te onthullen en alvorens de houder van het recht ervan in kennis te stellen dat zijn rechten mogelijkerwijze zijn geschonden, deze laatste verzoeken hen alle informatie te verstrekken die hun vermoedens kan bevestigen.

    Deel 2 Indiening en behandeling van het verzoek om optreden van de douane

    Artikel 5
    1. In elke lidstaat kan de houder van het recht de bevoegde douanedienst schriftelijk om optreden van de douaneautoriteiten verzoeken wanneer goederen zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde omstandigheden bevinden (verzoek om optreden).
    2. De lidstaten wijzen de douanedienst aan die bevoegd is voor het ontvangen en behandelen van deze verzoeken.
    3. Wanneer systemen voor elektronische gegevensuitwisseling beschikbaar zijn, moedigen de lidstaten belanghebbenden aan hun verzoek elektronisch in te dienen.
    4. Wanneer de verzoeker houder is van een Gemeenschapsmerk, een Gemeenschapsrecht inzake tekeningen of modellen, een communautair kwekersrecht, een communautaire oorsprongsbenaming, een geografische aanduiding of benaming, kan hij naast het optreden van de douaneautoriteiten van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend, om het optreden van de douaneautoriteiten van een of meer andere lidstaten verzoeken.
    5. Een verzoek om optreden wordt ingediend op een formulier dat is opgesteld volgens de procedure van artikel 21, lid 2, en dient alle informatie te bevatten die de douaneautoriteiten nodig hebben om de goederen met zekerheid te identificeren, met name:
    i) een nauwkeurige en gedetailleerde technische beschrijving van de goederen;
    ii) bijzonderheden betreffende het type of patroon van de fraude indien de houder van de rechten daarvan op de hoogte is;
    iii) de personalia van de door de houder van de rechten aangewezen contactpersoon.
    Bij het verzoek om optreden moet ook de in artikel 6 bedoelde verklaring van de verzoeker gevoegd worden, evenals het bewijs dat deze de houder is van het recht voor de betrokken goederen.
    In situaties als bedoeld in lid 4 worden in het verzoek de lidstaat of lidstaten vermeld waar om optreden van de douane wordt verzocht, alsmede de personalia van de houder van het recht in elk van de betrokken lidstaten.
    Ter indicatie en voorzover bekend verstrekt de houder van het recht de hiernavolgende aanvullende informatie:
    a) de waarde, exclusief belastingen, van de oorspronkelijke goederen op de legale nationale markt van de lidstaat waar het verzoek om optreden werd ingediend;
    b) de plaats waar de goederen zich bevinden of de plaats van bestemming;
    c) gegevens ter identificatie van de zending of de colli;
    d) de geplande datum van aankomst of vertrek van de goederen;
    e) de gebruikte vervoermiddelen;
    f) de identiteit van de importeur, exporteur of houder van de goederen;
    g) het land of de landen waar de goederen zijn vervaardigd, de gevolgde trajecten;
    h) voorzover bekend, de technische verschillen tussen authentieke en verdachte goederen.
    6. Er kunnen ook bijzondere en specifieke gegevens worden gevraagd betreffende het type intellectuele-eigendomsrecht waarnaar in het verzoek om optreden wordt verwezen.
    7. De bevoegde douanedienst die een verzoek ontvangt, neemt dit in behandeling en stelt de verzoeker binnen 30 werkdagen na ontvangst schriftelijk in kennis van zijn besluit.
    De kosten van de administratieve afhandeling van het verzoek worden de houder van het recht niet aangerekend.
    8. Wanneer het verzoek om optreden niet de krachtens lid 5 verplichte gegevens bevat, kunnen de douanediensten besluiten dit verzoek niet te behandelen. In dat geval lichten zij de redenen van hun besluit toe en verstrekken zij informatie over de beroepsprocedure. Het verzoek kan alleen opnieuw worden ingediend indien het naar behoren is vervolledigd.

    Artikel 6
    1. Verzoeken om optreden gaan vergezeld van een verklaring van de houder van het recht, die overeenkomstig de nationale wetgeving hetzij schriftelijk, hetzij elektronisch kan worden ingediend en waarin hij aansprakelijkheid aanvaardt jegens de personen die betrokken zijn bij een in artikel 1, lid 1, bedoelde situatie, wanneer de overeenkomstig artikel 9, lid 1, ingeleide procedure niet wordt voortgezet ingevolge een handeling of verzuim van de houder van het recht of wanneer achteraf wordt vastgesteld dat de betrokken goederen geen inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht.
    In deze verklaring stemt de houder van het recht er eveneens mee in alle uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende kosten te betalen in verband met het douanetoezicht uit hoofde van artikel 9 en, indien van toepassing, artikel 11.
    2. Wanneer het verzoek om optreden in overeenstemming met artikel 5, lid 4, ingediend wordt, stemt de houder van het recht er in de verklaring mee in te zorgen voor eventueel nodige vertalingen en de kosten daarvan op zich te nemen; deze verklaring geldt in alle lidstaten waar het besluit tot inwilliging van het verzoek van toepassing is.

    Artikel 7
    De artikelen 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op elk verzoek om verlenging.

    Deel 3 Inwilliging van het verzoek om optreden

    Artikel 8
    1. Wanneer de bevoegde douanedienst het verzoek inwilligt, specificeert hij binnen welke termijn de douaneautoriteiten zullen optreden. Deze termijn is ten hoogste een jaar. Na afloop daarvan kan de termijn op verzoek van de houder van het recht, na betaling van alle bedragen die deze krachtens de verordening verschuldigd is, worden verlengd door de dienst die het oorspronkelijke besluit heeft genomen.
    De houder van het recht stelt de in artikel 5, lid 2, bedoelde bevoegde douanedienst ervan in kennis wanneer zijn recht niet meer geldig geregistreerd is of verstrijkt.
    2. Het besluit tot inwilliging van het verzoek om optreden van de houder van het recht wordt onmiddellijk meegedeeld aan de douanekantoren van de lidstaat of lidstaten die vermoedelijk geconfronteerd zullen worden met de daarin genoemde goederen die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht.
    Indien een overeenkomstig artikel 5, lid 4, ingediend verzoek om optreden wordt ingewilligd, bedraagt de termijn waarbinnen de douaneautoriteiten optreden een jaar; na afloop daarvan wordt de termijn op schriftelijk verzoek van de houder van het recht verlengd door de dienst die het oorspronkelijke verzoek heeft behandeld. Artikel 250, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot inwilliging van het genoemde verzoek, evenals op de besluiten tot verlenging of intrekking daarvan.
    Wanneer een verzoek om optreden wordt ingewilligd, is de verzoeker gehouden het daartoe strekkende besluit, vergezeld van alle andere nuttige informatie en in voorkomend geval de nodige vertalingen, toe te zenden aan de bevoegde douanedienst van de lidstaat of lidstaten waar de verzoeker om optreden van de douane heeft verzocht. Het besluit kan evenwel, met toestemming van de verzoeker, rechtstreeks worden toegezonden door de douanedienst die het besluit heeft genomen.
    Op verzoek van de douaneautoriteiten van de betrokken lidstaten verstrekt de verzoeker alle aanvullende informatie die vereist is voor de uitvoering van het besluit.
    3. De in lid 2, tweede alinea, bedoelde termijn gaat in op de datum van het besluit waarbij het verzoek wordt ingewilligd. Dit besluit treedt in de lidstaat of lidstaten waarvoor het bestemd is, pas in werking na de in lid 2, derde alinea, bedoelde toezending en nadat de houder van het recht de in artikel 6 bedoelde formaliteiten heeft vervuld.
    Het besluit wordt vervolgens onmiddellijk meegedeeld aan de nationale douanekantoren die vermoedelijk geconfronteerd zullen worden met de goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten.
    Dit lid is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot verlenging van het oorspronkelijke besluit.

    HOOFDSTUK III VOORWAARDEN WAARONDER DE DOUANEAUTORITEITEN KUNNEN OPTREDEN EN DE BEVOEGDE AUTORITEIT EEN BESLUIT TEN GRONDE KAN NEMEN

    Artikel 9
    1. Wanneer een douanekantoor waaraan overeenkomstig artikel 8 een besluit tot inwilliging van het verzoek van de houder van het recht is toegezonden, in voorkomend geval na overleg met de indiener van het verzoek vaststelt dat van goederen die zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde situaties bevinden, wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, schorst het de vrijgave of houdt het de goederen vast.
    Het douanekantoor informeert onmiddellijk de bevoegde douanedienst die het verzoek om optreden heeft behandeld.
    2. De bevoegde douanedienst of het douanekantoor bedoeld in lid 1 informeert de houder van het recht en de aangever of houder van de goederen in de zin van artikel 38 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 over zijn optreden en mag deze in kennis stellen van de werkelijke of geraamde hoeveelheid en van de werkelijke of vermoede aard van de goederen waarvan de vrijgave is geschorst of die worden vastgehouden, zonder dat het verstrekken van deze informatie de verplichting inhoudt de zaak voor te leggen aan de autoriteit die bevoegd is een besluit ten gronde te nemen.
    3. Teneinde vast te stellen of inbreuk is gemaakt op een intellectuele-eigendomsrecht in de zin van het nationale recht, en overeenkomstig de nationale bepalingen betreffende de bescherming van persoonsgegevens, van het commercieel en industrieel geheim en van het beroeps- en administratief geheim, stelt het douanekantoor of de dienst die het verzoek heeft behandeld de houder van het recht op zijn verzoek en voorzover deze informatie beschikbaar is, in kennis van de namen en adressen van zowel de geadresseerde en de afzender, als de aangever of houder van de goederen, alsmede van de oorsprong en de herkomst van de goederen die vermoedelijk inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten.
    Het douanekantoor geeft de verzoeker en de personen die betrokken zijn bij een situatie als bedoeld in artikel 1, lid 1, de mogelijkheid de goederen waarvan de vrijgave is geschorst of die worden vastgehouden, te inspecteren.
    Het douanekantoor kan bij het onderzoek van de goederen, uitsluitend met het oog op analyse en louter teneinde het verdere verloop van de procedure te vergemakkelijken, monsters nemen en deze overeenkomstig de in de betrokken lidstaat geldende voorschriften op uitdrukkelijk verzoek van de houder van het recht aan hem overhandigen of toezenden. Indien de omstandigheden dat toestaan en met inachtneming van de voorschriften van artikel 11, lid 1, tweede streepje, indien van toepassing, moeten deze monsters worden teruggegeven zodra de technische analyse is voltooid en indien van toepassing voordat vrijgave van de goederen plaatsvindt of de vasthoudingstermijn verstrijkt. De analyse van deze monsters wordt onder volledige verantwoordelijkheid van de houder van het recht uitgevoerd.

    Artikel 10
    Aan de hand van de wetgeving van de lidstaat op het grondgebied waarvan de goederen zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde situaties bevinden, wordt vastgesteld of krachtens de nationale bepalingen inbreuk is gemaakt op een intellectuele-eigendomsrecht.
    Bedoelde wetgeving is eveneens van toepassing op de onmiddellijke kennisgeving aan het kantoor of de dienst bedoeld in artikel 9, lid 1, dat de in artikel 13 bedoelde procedure is ingeleid, tenzij dat kantoor of die dienst de procedure zelf heeft ingeleid.

    Artikel 11
    1. Wanneer de douaneautoriteiten goederen die vermoedelijk inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht hebben vastgehouden of wanneer zij het vrijgeven van deze goederen hebben geschorst terwijl deze zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde situaties bevonden, kunnen de lidstaten overeenkomstig hun nationale wetgeving voorzien in een met de instemming van de houder van het recht te volgen vereenvoudigde procedure, die de douaneautoriteiten de mogelijkheid biedt de goederen onder douanetoezicht af te staan voor vernietiging, zonder dat hoeft te worden nagegaan of volgens de nationale rechtsvoorschriften inbreuk is gemaakt op een intellectuele-eigendomsrecht. Daartoe passen de lidstaten in overeenstemming met hun nationale wetgeving de volgende voorwaarden toe:

    - binnen tien werkdagen, of drie werkdagen indien het aan bederf onderhevige goederen betreft, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de in artikel 9 bedoelde kennisgeving stelt de houder van het recht de douaneautoriteiten er schriftelijk van in kennis dat de aan de procedure onderworpen goederen inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht in de zin van artikel 2, lid 1, en verstrekt hij deze autoriteiten de schriftelijke verklaring van de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen waarbij deze ermee instemt dat de goederen voor vernietiging worden afgestaan. Indien de douaneautoriteiten daarmee akkoord gaan, kan deze informatie rechtstreeks aan de douane worden verstrekt door de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen. Deze toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven wanneer de aangever, de houder of de eigenaar van de goederen zich binnen de voorgeschreven termijn niet uitdrukkelijk tegen de vernietiging heeft verzet. Deze termijn kan met tien werkdagen worden verlengd indien de omstandigheden zulks wettigen;

    - tenzij anders bepaald in de nationale wetgeving, geschiedt de vernietiging op kosten en onder verantwoordelijkheid van de houder van het recht en wordt deze steeds voorafgegaan door het nemen van monsters die de douaneautoriteiten zo moeten bewaren dat zij als bewijsmateriaal toelaatbaar zijn in een gerechtelijke procedure van de lidstaat waarin zij mogelijkerwijze zullen moeten worden gebruikt.
    2. In alle andere gevallen of wanneer de aangever, houder of eigenaar zich tegen de vernietiging van de goederen verzet of deze betwist, is de in artikel 13 bedoelde procedure van toepassing.

    Artikel 12
    De houder van het recht gebruikt de in artikel 9, lid 3, eerste alinea, bedoelde informatie die hij ontvangt, uitsluitend voor de in de artikelen 10 en 11 en artikel 13, lid 1, omschreven doeleinden.
    Voor elk ander gebruik dat niet is toegestaan door de nationale wetgeving van de lidstaat waar de situatie zich heeft voorgedaan, kan de houder van het recht burgerlijk aansprakelijk worden gesteld naar het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de betrokken goederen zich bevinden en kan het verzoek om optreden in de lidstaat waar de feiten zich hebben voorgedaan, worden geschorst voor de geldigheidsduur die resteert voor de verlenging.
    In geval van een nieuwe inbreuk kan de bevoegde douanedienst de verlenging weigeren. Bij verzoeken om optreden overeenkomstig artikel 5, lid 4, moeten de overige op het formulier vermelde lidstaten eveneens op de hoogte worden gebracht.

    Artikel 13
    1. Wanneer het in artikel 9, lid 1, bedoelde douanekantoor niet binnen tien werkdagen na de ontvangst van de kennisgeving van de schorsing van vrijgave of vasthouding, ervan in kennis is gesteld dat overeenkomstig artikel 10 een procedure is ingeleid om te bepalen of volgens het nationale recht een intellectuele-eigendomsrecht is geschonden, of dit kantoor, indien van toepassing, de in artikel 11, lid 1, bedoelde instemming van de houder van het recht niet heeft ontvangen, worden naar gelang van het geval de goederen vrijgegeven of wordt de vasthouding ervan beŽindigd, op voorwaarde dat alle douaneformaliteiten zijn vervuld.
    Deze termijn kan in bepaalde gevallen met ten hoogste tien werkdagen worden verlengd.
    2. Wanneer er een vermoeden is dat aan bederf onderhevige goederen inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, bedraagt de in lid 1 bedoelde termijn drie werkdagen. Deze termijn kan niet worden verlengd.

    Artikel 14
    1. Wanneer het goederen betreft waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op rechten inzake tekeningen of modellen, octrooien, aanvullende beschermingscertificaten of kwekersrechten, kan de aangever, de eigenaar, de importeur, de houder of de geadresseerde van de goederen door middel van zekerheidstelling vrijgave van de goederen of beŽindiging van de vasthouding daarvan verkrijgen, op voorwaarde dat:
    a) de douanedienst of het douanekantoor bedoeld in artikel 9, lid 1, overeenkomstig artikel 13, lid 1, ervan in kennis is gesteld dat binnen de in artikel 13, lid 1, bedoelde termijn een procedure is ingeleid om te bepalen of krachtens de nationale wetgeving een intellectuele-eigendomsrecht is geschonden;
    b) de hiertoe gemachtigde autoriteit bij het verstrijken van de in artikel 13, lid 1, bedoelde termijn nog geen toestemming heeft gegeven tot het nemen van conservatoire maatregelen;
    c) alle douaneformaliteiten zijn vervuld.
    2. De in lid 1 bedoelde zekerheid moet toereikend zijn om de belangen van de houder van het recht veilig te stellen.
    De betaling van de zekerheid laat de andere rechtsmiddelen waarover de houder van het recht beschikt, onverlet.
    Wanneer de procedure om te bepalen of volgens het nationale recht een intellectuele-eigendomsrecht is geschonden, door een andere persoon dan de houder van een recht inzake tekeningen of modellen, octrooi, aanvullend beschermingscertificaat of kwekersrecht is ingeleid, wordt de zekerheid vrijgegeven indien de persoon die de procedure heeft ingeleid, niet binnen 20 werkdagen na de datum waarop hij de kennisgeving van de schorsing van de vrijgave of de vasthouding ontvangt, gebruikmaakt van zijn recht om een gerechtelijke procedure in te leiden.
    Wanneer het bepaalde in artikel 13, lid 1, tweede alinea, van toepassing is, kan deze termijn tot ten hoogste 30 werkdagen worden verlengd.

    Artikel 15
    De voorwaarden waaronder de goederen tijdens de schorsing van de vrijgave of de vasthouding worden opgeslagen, worden door de lidstaten vastgesteld en mogen geen kosten voor de douanediensten veroorzaken.

    HOOFDSTUK IV BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP GOEDEREN WAARVAN IS VASTGESTELD DAT ZIJ INBREUK MAKEN OP INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN
    Artikel 16
    Goederen waarvan na afloop van de in artikel 9 bedoelde procedure is vastgesteld dat zij inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten, mogen niet:
    - in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht,
    - in het vrije verkeer worden gebracht,
    - buiten het douanegebied van de Gemeenschap worden gebracht,
    - uitgevoerd worden,
    - wederuitgevoerd worden,
    - onder een schorsingsregeling worden geplaatst, of
    - in een vrije zone of een vrij entrepot worden opgeslagen.

    Artikel 17
    1. Onverminderd de andere rechtsmiddelen waarvan de houder van het recht gebruik kan maken, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen:
    a) overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het nationale recht, goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht op zodanige wijze te vernietigen of uit de handel te nemen dat de houder van het recht geen schade lijdt, zonder enige compensatie en, tenzij anders bepaald in de nationale wetgeving, zonder kosten voor de schatkist;
    b) ten aanzien van dergelijke goederen alle andere maatregelen te nemen die nodig zijn om de betrokkenen de economische voordelen van de transactie daadwerkelijk te ontnemen.
    Behalve in uitzonderlijke gevallen wordt het zonder meer verwijderen van de handelsmerken die zonder toestemming op nagemaakte goederen zijn aangebracht niet geacht de betrokkenen de economische voordelen van de transactie daadwerkelijk te ontnemen.
    2. Goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht kunnen aan de schatkist worden verbeurd. In dit geval is lid 1, onder a), van toepassing.

    HOOFDSTUK V SANCTIES
    Artikel 18
    Elke lidstaat stelt de bij overtreding van deze verordening te nemen sancties vast. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

    HOOFDSTUK VI AANSPRAKELIJKHEID VAN DE DOUANEAUTORITEITEN EN VAN DE HOUDER VAN HET RECHT
    Artikel 19
    1. Wanneer een verzoek om optreden wordt ingewilligd en de goederen die inbreuk maken op intellectuele-eigendomsrechten niet als zodanig worden herkend door het douanekantoor en worden vrijgegeven of geen besluit tot vasthouding wordt genomen overeenkomstig artikel 9, lid 1, heeft de houder van het recht alleen recht op schadeloosstelling onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek is ingediend of, wanneer dit verzoek overeenkomstig artikel 5, lid 4, is gedaan, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wetgeving van de lidstaat waar de genoemde goederen niet zijn herkend door het douanekantoor.
    2. De uitoefening door douanekantoren of andere naar behoren gemachtigde autoriteiten van de hen verleende bevoegdheden om inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten te bestrijden, brengt geen aansprakelijkheid mee ten aanzien van de personen waarop de in artikel 1, lid 1, bedoelde situaties of de in artikel 4 bedoelde maatregelen betrekking hebben wanneer hun optreden deze personen schade toebrengt, behalve onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wetgeving van de lidstaat waar het verzoek is ingediend of, wanneer het verzoek overeenkomstig artikel 5, lid 4, is gedaan, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wetgeving van de lidstaat waar het verlies of de schade is geleden.
    3. De eventuele burgerlijke aansprakelijkheid van de houder van het recht wordt beheerst door de wetgeving van de lidstaat waar de betrokken goederen zich in een van de in artikel 1, lid 1, bedoelde omstandigheden bevinden.

    HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN
    Artikel 20
    De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 21, lid 2.

    Artikel 21
    1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comitť douanewetboek.
    2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing.
    De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

    Artikel 22
    De lidstaten delen de Commissie alle terzake dienende informatie in verband met de toepassing van deze verordening mede.
    De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis.
    De bepalingen van Verordening (EG) nr. 515/97 zijn van overeenkomstige toepassing.
    De informatieprocedure wordt nader uitgewerkt in het kader van de uitvoeringsbepalingen volgens de procedure van artikel 21, lid 2.

    Artikel 23
    De Commissie brengt de Raad op basis van de in artikel 22 bedoelde informatie jaarlijks verslag uit over de toepassing van deze verordening. Dit verslag kan in voorkomend geval vergezeld gaan van een voorstel tot wijziging van de verordening.

    Artikel 24
    Verordening (EG) nr. 3295/94 wordt ingetrokken met ingang van 1 juli 2004.
    Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

    Artikel 25
    Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
    Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2004.

    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
    Gedaan te Brussel, 22 juli 2003.

    Voor de Raad
    De voorzitter
    G. Alemanno

    (1) PB L 341 van 30.12.1994, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
    (2) PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).
    (3) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
    (4) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2700/2000 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311 van 12.12.2000, blz. 17).
    (5) PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003.
    (6) PB L 3 van 5.1.2002, blz. 1.
    (7) PB L 182 van 2.7.1992, blz. 1.
    (8) PB L 198 van 8.8.1996, blz. 30.
    (9) PB L 227 van 1.9.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003.
    (10) PB L 208 van 24.7.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003.
    (11) PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003.
    (12) PB L 160 van 12.6.1989, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3378/94 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 366 van 31.12.1994, blz. 1).



    Beheerd door het Publicatiebureau

  2. #2
    admin_old
    Guest

    VERORDENING (EG) Nr. 1891/2004 VAN DE COMMISSIE van 21 oktober 2004

    Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o 1
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02


    1. Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot
    vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening
    (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het optreden van
    de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan
    wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde
    intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen
    ten aanzienvan goederen waarvan is vastgesteld dat zij
    inbreuk maken op dergelijke rechten
    van 21 oktober 2004 (Pb. EG 2004, L 328)
    zoals gewijzigd bij Verordening van 5 oktober 2007 nr. 1172/2007 (Pb.
    EU 2007, L 261)

    DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
    Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
    Gelet op Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad van 22 juli 2003
    inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen
    waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectueleeigendomsrechten
    en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen
    waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten 1), en
    met name op artikel 20,
    . . . . .
    1) Pb. L 196 van 2.8.2003, blz. 7.
    Overwegende hetgeen volgt:
    1. Verordening (EG) nr. 1383/2003 heeft gemeenschappelijke regels
    ingevoerd die ten doel hebben een verbod in te stellen op het
    binnenbrengen, het in het vrije verkeer brengen, het verlaten van het
    douanegebied, de uitvoer, de wederuitvoer en het plaatsen onder een
    schorsingsregeling, in een vrije zone of in een vrij entrepot, van
    namaakgoederen of door piraterij verkregen goederen en de onwettige
    handel in deze goederen tegen te gaan zonder de vrijheid van het
    wettige handelsverkeer te hinderen.

    2. Daar Verordening (EG) nr. 1383/2003 Verordening (EG) nr. 3295/94 van
    de Raad van 22 december 1994 houdende vaststelling van een aantal
    maatregelen betreffende het binnenbrengen in de Gemeenschap
    alsmede de uitvoer en wederuitvoer uit de Gemeenschap, van goederen
    die inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten 1), heeft
    vervangen, dient Verordening (EG) nr. 1367/95 van de Commissie 2),
    waarbij de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 3295/94 zijn
    vastgesteld, ook te worden vervangen.
    . . . . .
    1) Pb. L 341 van 30.12.1994, blz. 8. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening
    (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).
    . . . . .
    2) Pb. L 133 van 17.6.1995, blz. 2. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de
    Toetredingsakte van 2003.

    2
    Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o
    30.05.02 Wetgeving VGEM

    3. Afhankelijk van de verschillende soorten intellectuele-eigendomsrechten
    dient een definitie te worden vastgesteld van de natuurlijke of
    rechtspersonen die vertegenwoordiger kunnen zijn van de houder van
    het recht of van elke persoon die gemachtigd is dit recht te gebruiken.

    4. De in artikel 5, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1383/2003
    voorgeschreven middelen tot bewijs van het intellectueleeigendomsrecht
    dienen te worden vastgesteld.

    5. Om te zorgen voor harmonisering en eenvormigheid van de inhoud en
    vorm van de formulieren voor de verzoeken om optreden en van de
    gegevens in deze formulieren zoals bepaald in het kader van artikel 5,
    leden 1 en 4, van Verordening (EG) nr. 1383/2003, dient een
    modelformulier te worden vastgesteld. Tevens moet de taalregeling die
    geldt voor het in artikel 5, lid 4, van genoemde verordening bedoelde
    verzoek om optreden worden vastgelegd.

    6. Het soort gegevens dat het verzoek om optreden moet bevatten moet
    worden vastgelegd, zodat de douanediensten goederen die inbreuk op
    een intellectuele-eigendomsrecht kunnen maken, gemakkelijker kunnen
    herkennen.

    7. Het soort verklaring moet worden omschreven waarmee de houder van
    het recht de aansprakelijkheid aanvaardt en die verplicht bij het verzoek
    om optreden moet worden gevoegd.

    8. Ten behoeve van de rechtszekerheid moet de aanvang van de in artikel
    13 van Verordening (EG) nr. 1383/2003 bedoelde termijnen worden
    vastgesteld.

    9. Om enerzijds de Commissie in staat te stellen de daadwerkelijke
    toepassing van de bij Verordening (EG) nr. 1383/2003 vastgestelde
    procedure te volgen, het in artikel 23 van die verordening bedoelde
    verslag op te stellen en de fraudegevallen te kwantificeren en te
    kwalificeren, en anderzijds de lidstaten in staat te stellen een passende
    risicoanalyse in te voeren, moeten regels inzake gegevensuitwisseling
    tussen de lidstaten en de Commissie worden vastgesteld.

    10. Deze verordening dient van toepassing te zijn met ingang van dezelfde
    datum als Verordening (EG) nr. 1383/2003.

    11. De in deze verordening vervatte bepalingen zijn in overeenstemming
    met het advies van het comitť douanewetboek,

    HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

    1.1. Artikel 1
    Als vertegenwoordiger van de houder van het recht of van elke persoon die
    gemachtigd is dit recht te gebruiken in de zin van artikel 2, lid 2, onder b),
    van Verordening (EG) nr. 1383/2003, hierna Ąde basisverordeningĒ,
    genoemd, kunnen natuurlijke personen en rechtspersonen optreden.
    Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o 3
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    Tot de in de eerste alinea bedoelde personen behoren maatschappijen voor
    collectief beheer waarvan het enige doel of een van de voornaamste doelen
    het beheren of administreren van auteursrechten of naburige rechten van
    het auteursrecht is, groeperingen of hun vertegenwoordigers die een
    verzoek tot registratie van een beschermde benaming van oorsprong of een
    beschermde geografische aanduiding hebben ingediend, alsmede kwekers.

    1.2. Artikel 2
    1. Wanneer de houder van het recht zelf een verzoek om optreden in de
    zin van artikel 5, lid 1, van de basisverordening indient, is het in artikel
    5, lid 5, tweede alinea, van de basisverordening bedoelde bewijs:
    a.


    voor rechten die worden geregistreerd of gedeponeerd, een bewijs
    van registratie door het betrokken kantoor of van het depot;
    b


    . voor auteursrechten, naburige rechten of rechten inzake tekeningen
    of modellen die niet zijn geregistreerd of niet zijn gedeponeerd, elk
    bewijsmiddel waaruit de hoedanigheid van auteur of oorspronkelijke
    houder blijkt.
    Als in de eerste alinea, onder a, bedoeld bewijs kan een afschrift van
    registratie in een gegevensbank van nationale of internationale kantoren
    worden beschouwd.
    Voor de beschermde benamingen van oorsprong en beschermde
    geografische aanduidingen bevat het in de eerste alinea, onder a,
    bedoelde bewijs bovendien het bewijs dat de houder van het recht de
    producent of de groepering is en het bewijs dat de benaming of
    aanduiding geregistreerd is. De onderhavige alinea is van
    overeenkomstige toepassing op wijn en gedistilleerde dranken.
    2. Wanneer het verzoek om optreden wordt ingediend door elke andere
    persoon die gemachtigd is de in artikel 2, lid 1, van de basisverordening
    bedoelde rechten te gebruiken, is het bewijs, behoudens de in lid 1 van
    dit artikel bedoelde bewijzen, de titel krachtens welke die persoon
    gemachtigd is het betrokken recht te gebruiken.
    3. Wanneer het verzoek om optreden wordt ingediend door een
    vertegenwoordiger van de houder van het recht of van elke andere
    persoon die gemachtigd is ťťn van de in artikel 2, lid 2, van de
    basisverordening bedoelde rechten te gebruiken, is het bewijs,
    behoudens de in lid 1, van dit artikel bedoelde bewijzen, een bewijs van
    zijn handelingsbevoegdheid.
    De in de eerste alinea bedoelde vertegenwoordiger moet de in artikel 6
    van de basisverordening voorgeschreven verklaring overleggen die door
    de in de leden 1 en 2 van het onderhavige artikel bedoelde personen is
    ondertekend, of een stuk volgens hetwelk hij gemachtigd is
    overeenkomstig artikel 6 van de basisverordening alle kosten te betalen
    die uit een douaneoptreden in hun naam voortvloeien.
    4 Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o
    30.05.02 Wetgeving VGEM

    1.3. Artikel 3
    1. De documenten waarop de in artikel 5, leden 1 en 4, van de
    basisverordening bedoelde verzoeken om optreden zijn gesteld, de in
    de leden 7 en 8 van genoemd artikel bedoelde besluiten en de in artikel
    6 van de basisverordening voorgeschreven verklaring dienen met de in
    de bijlagen bij de onderhavige verordening opgenomen formulieren in
    overeenstemming te zijn.
    De formulieren worden met behulp van elektronische of mechanische
    middelen ingevuld of, op duidelijk leesbare wijze, met de hand; in
    laatstgenoemd geval moeten zij met inkt en in drukletters worden
    ingevuld. Ongeacht de gebruikte werkwijze mogen daarin geen
    doorhalingen, verbeteringen of andere wijzigingen voorkomen. Indien
    het formulier elektronisch wordt ingevuld, dient het de verzoeker
    elektronisch ter beschikking te worden gesteld op ťťn of meer voor het
    publiek rechtstreeks toegankelijke sites. Het formulier kan vervolgens
    met behulp van particuliere afdrukmiddelen worden vermenigvuldigd.
    Wanneer stukken worden bijgevoegd als bedoeld in de vakken 8, 9, 10
    en 11 van het formulier waarop het in artikel 5, lid 1, van de
    basisverordening bedoelde verzoek om optreden wordt gesteld of als
    bedoeld in de vakken 7, 8, 9 en 10 van het formulier waarop het in
    artikel 5, lid 4, van de basisverordening bedoelde verzoek om optreden
    wordt gesteld, worden deze stukken geacht deel uit te maken van het
    formulier.
    2. De formulieren betreffende het in artikel 5, lid 4, bedoelde verzoek om
    optreden worden gedrukt en ingevuld in een van de officiŽle talen van
    de Gemeenschap, die wordt aangewezen door de bevoegde autoriteiten
    van de lidstaat waarin het verzoek om optreden moet worden ingediend,
    en gaan eventueel vergezeld van een vertaling.
    3. Het formulier bestaat uit twee exemplaren:
    a


    . een exemplaar met het nummer 1 voor de lidstaat waarin het
    verzoek wordt ingediend,
    b


    . een exemplaar met het nummer 2 voor de houder van het recht.
    Het formulier wordt, naar behoren ingevuld en ondertekend en
    vergezeld van het aantal uittreksels dat overeenkomt met het aantal in
    vak 6 van het formulier genoemde lidstaten, alsmede van de in de
    vakken 8, 9 en 10 bedoelde bewijsstukken, bij de bevoegde
    douaneautoriteit ingediend en wordt door deze dienst nadat hij het heeft
    aanvaard, gedurende ten minste een jaar na het verstrijken van de
    wettelijke geldigheidsduur bewaard.
    Alleen in het geval waarin het uittreksel van een besluit waarbij een
    verzoek om optreden wordt ingewilligd, gericht is tot een lidstaat of tot
    lidstaten die overeenkomstig artikel 5, lid 4, van de basisverordening
    moet of moeten optreden, dient de lidstaat die dit uittreksel ontvangt
    terstond het deel ĄontvangstbewijsĒ, in te vullen door vermelding van de
    datum van ontvangst en een kopie van dit uittreksel terug te zenden aan
    de in vak 2 van het formulier vermelde bevoegde autoriteit.
    De houder van het recht kan gedurende de geldigheidsduur van zijn
    Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o 5
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    verzoek om communautair optreden, bij de lidstaat waarin dit verzoek is
    ingediend, om een optreden in een nieuwe, nog niet eerder genoemde
    lidstaat verzoeken. In dat geval is de geldigheidsduur van het nieuwe
    verzoek de overblijvende duur van het aanvankelijke verzoek en kan
    deze geldigheidsduur, op de voor het laatstgenoemde verzoek geldende
    voorwaarden, worden verlengd.

    1.4. Artikel 4
    Voor de toepassing van artikel 5, lid 6, van de basisverordening kunnen de
    plaats van vervaardiging of productie, het distributienet of de naam van
    licentiehouders en andere gegevens worden opgevraagd door de dienst die
    de verzoeken om optreden ontvangt en behandelt, teneinde het technische
    onderzoek van de goederen te vergemakkelijken.

    1.5. Artikel 5
    Wanneer een verzoek om optreden overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de
    basisverordening binnen de termijn van drie werkdagen is ingediend,
    beginnen de in de artikelen 11 en 13 van de basisverordening genoemde
    termijnen pas te lopen op de dag volgende op die van de aanvaarding van
    dit verzoek door de hiertoe aangewezen douaneautoriteit.
    Wanneer de douaneautoriteit overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de
    basisverordening de aangever of de houder in kennis stelt van de
    opschorting van de vrijgave of van het vasthouden van de goederen
    waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht
    maken, doet alleen de kennisgeving aan de houder van het recht de termijn
    van drie werkdagen ingaan.

    1.6. Artikel 6
    Wanneer het verzoek om optreden betrekking heeft op aan bederf
    onderhevige goederen, wordt de procedure voor de opschorting van de
    vrijgave of voor het vasthouden van de goederen bij voorrang ingeleid ten
    aanzien van goederen waarvoor vooraf een verzoek om optreden is
    ingediend.

    1.7. Artikel 7
    1. Bij toepassing van artikel 11, lid 2, van de basisverordening stelt de
    houder van het recht de douaneautoriteit ervan in kennis, dat een
    procedure is ingeleid om te bepalen of volgens nationaal recht een
    intellectuele-eigendomsrecht is geschonden. Tenzij het gaat om aan
    bederf onderhevige goederen, kan, wanneer het resterende deel van de
    in artikel 13, lid 1, eerste alinea, van de basisverordening bepaalde
    termijn niet voldoende is voor het verzoeken om een dergelijke
    procedure, deze termijn op grond van artikel 13, lid 1, tweede alinea,
    worden verlengd.
    2. Wanneer op grond van artikel 11 van de basisverordening tevoren reeds
    een verlenging van tien werkdagen is toegekend, kan op grond van
    artikel 13 van die verordening geen verlenging meer worden toegekend.
    6 Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o
    30.05.02 Wetgeving VGEM

    1.8. Artikel 8
    1. Elke lidstaat deelt de Commissie zo spoedig mogelijk de gegevens
    mede over de in artikel 5, lid 2, van de basisverordening bedoelde
    douanedienst die bevoegd is de verzoeken om optreden van houders
    van rechten in ontvangst te nemen en te behandelen.
    2. Aan het einde van elk kalenderjaar doet elke lidstaat de Commissie de
    lijst toekomen van alle in artikel 5, leden 1 en 4, van de
    basisverordening bedoelde schriftelijke verzoeken, onder opgave van de
    naam en het adres van de houder van het recht, het soort recht
    waarvoor het verzoek is ingediend alsmede een beknopte omschrijving
    van de betrokken goederen. Niet aanvaarde verzoeken moeten
    eveneens worden vermeld.
    3. In de maand volgende op het einde van elk kwartaal doen de lidstaten
    de Commissie een lijst voor elke soort goederen toekomen met
    nauwkeurige gegevens over de gevallen waarin de vrijgave van de
    goederen is opgeschort of goederen zijn vastgehouden. Deze gegevens
    omvatten:
    a


    . de naam van de houder van het recht, de omschrijving van de
    goederen en indien bekend, de oorsprong, de plaats van verzending
    en de bestemming van de goederen alsook de naam van het
    intellectuele-eigendomsrecht waarop inbreuk is gemaakt;
    b.


    de hoeveelheid per stuk van de goederen waarvan de vrijgave is
    opgeschort of die zijn vastgehouden, de douanesituatie ervan, het
    soort intellectuele-eigendomsrecht waarop inbreuk is gemaakt en
    het gebruikte vervoermiddel;
    c


    . of het een handelszending dan wel een zending van een particuliere
    reiziger betreft en of het een procedure betreft die na een verzoek
    om optreden dan wel ambtshalve is ingeleid.
    4. De lidstaten kunnen de Commissie, wanneer zij dit wensen, ook
    gegevens doen toekomen over de werkelijke of veronderstelde waarde
    van de goederen waarvan de vrijgave is opgeschort of die zijn
    vastgehouden.
    5. De Commissie deelt de lidstaten aan het einde van elk jaar de gegevens
    mede die zij op grond van de leden 1 tot en met 4 heeft ontvangen.
    6. De Commissie maakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de
    Europese Unie de lijst van de in artikel 5, lid 2, van de basisverordening
    bedoelde douanediensten bekend.

    1.9. Artikel 9
    Vůůr 1 juli 2004 ingediende verzoeken om optreden blijven geldig tot hun
    wettige vervaldatum en kunnen niet worden verlengd. Zij moeten evenwel
    worden vervolledigd door de in artikel 6 van de basisverordening bedoelde
    verklaring waarvan het model in de bijlagen bij de onderhavige verordening
    is opgenomen. Op grond van deze verklaring kan de eventueel gestelde
    zekerheid worden vrijgegeven.
    Verordening (EG) nr. 1891/2004 van de Commissie, tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad inzake het
    optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed
    dat zij inbreuk maken o 7
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    Wanneer de bevoegde autoriteit voor 1 juli 2004 is aangezocht om ten
    gronde te beslissen en de procedure op die datum nog steeds aanhangig is,
    wordt de zekerheid eerst na de beŽindiging van de procedure vrijgegeven.

    1.10. Artikel 10
    Verordening (EG) nr. 1367/95 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de
    ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige
    verordening.

    1.11. Artikel 11
    Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in
    het Publicatieblad van de Europese Unie.
    Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2004.
    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks
    toepasselijk in elke lidstaat.
    Gedaan te Brussel, 21 oktober 2004.
    Voor de Commissie,
    Lid van de Commissie,
    Frederik BOLKESTEIN
    8 Bijlage I. Nationaal verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    2. Bijlage I. Nationaal verzoek om optreden van de douane
    In in vak 2 van het nationaal verzoek moet de toevoeging om een optreden
    "(voor nadere gegevens zie bijlage I-C)" worden geschrapt.
    Bijlage I. Nationaal verzoek om optreden van de douane


    9
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    10


    Bijlage I. Nationaal verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Bijlage I. Nationaal verzoek om optreden van de douane 11
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    12


    Bijlage IA. Aanwijzingen voor het invullen van het formulier
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    3. Bijlage IA. Aanwijzingen voor het invullen van het
    formulier
    3.1. I. Verplichte informatie over het recht en de
    handelingsbevoegdheid
    a


    . bij een verzoek dat wordt ingediend door de houder van het recht:
    - indien het een recht betreft dat geregistreerd is of waarvoor een
    verzoek om registratie is ingediend: het bewijs van de registratie bij
    het betrokken registratiekantoor of van de indiening van het
    verzoek,
    - indien het een auteursrecht, een naburig recht of een recht inzake
    tekeningen of modellen betreft dat niet geregistreerd is of waarvoor
    geen aanvraag tot registratie werd ingediend: ieder document dat
    zijn auteurschap of zijn hoedanigheid van oorspronkelijke houder
    van het recht bewijst;
    b


    . bij een verzoek dat wordt ingediend door een andere, in artikel 2, lid 2,
    onder b, bedoelde persoon die gemachtigd is ťťn van de in artikel 2, lid
    1, onder a, b, of c, van de basisverordening genoemde rechten te
    gebruiken: behalve het bewijs dat is vereist volgens punt a hierboven,
    het document waarbij deze persoon wordt gemachtigd het recht te
    gebruiken;
    c


    . bij een verzoek dat wordt ingediend door een vertegenwoordiger van de
    houder van het recht of door een vertegenwoordiger van een in artikel 2,
    lid 2, onder a of b, bedoelde persoon die gemachtigd is ťťn van de in
    artikel 2, lid 1, onder a, b of c, van de basisverordening genoemde
    rechten te gebruiken: behalve de bewijzen die zijn vereist volgens de
    punten a en b hierboven, het bewijs van de handelingsbevoegdheid van
    de vertegenwoordiger.
    De natuurlijke persoon of rechtspersoon die vak 3 invult, moet dezelfde
    persoon zijn als die welke de in vak 11 bedoelde verklaring afgeeft;
    d


    . Vak 5 bevat alle geografische aanduidingen. Met beschermde
    oorsprongsbenaming en beschermde geografische aanduiding worden
    de officiŽle benaming en aanduiding bedoeld overeenkomstig
    Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad (Pb. L 208 van 24.7.1992,
    blz. 1), Verordening (EG) nr. 1107/96 van de Commissie (Pb. L 148 van
    21.6.1996, blz. 1) en Verordening (EG) nr. 2400/96 van de Commissie
    (Pb. L 327 van 18.12.1996, blz. 11). Met "geografische benaming voor
    gedistilleerde dranken" is de officiŽle benaming bedoeld overeenkomstig
    Verordening (EEG) nr. 1576/89. Zowel individuele producenten als
    groepen, of hun vertegenwoordigers, kunnen een verzoek indienen;
    e


    . Wanneer het verzoek betrekking heeft op een beschermde
    oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding moet
    deze zijn geregistreerd en zijn nadere gegevens vereist.
    Bijlage IA. Aanwijzingen voor het invullen van het formulier


    13
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    3.2. II. Wat moet het verzoek om optreden bevatten?
    Een verzoek om optreden kan door de houder van het recht - kosteloos -
    worden gebruikt hetzij als preventieve maatregel hetzij omdat hij redenen
    heeft om aan te nemen dat zijn intellectuele-eigendomsrecht wordt of
    waarschijnlijk zal worden geschonden. Het verzoek moet alle gegevens
    bevatten die nodig zijn om de betrokken goederen voor de douane
    gemakkelijk herkenbaar te maken, met name:
    - een nauwkeurige technische beschrijving van de goederen,
    - indien beschikbaar, gegevens over het soort fraude of het
    fraudepatroon,
    - naam en adres van de door de houder van het recht aangewezen
    contactpersoon,
    - de verklaring van de indiener van het verzoek, als bedoeld in artikel 6
    van de basisverordening, en het bewijs dat de indiener van het verzoek
    houder is van het recht ten aanzien van de betrokken goederen,
    - Onmiddellijk na ontvangst van de kennisgeving die de douane hem
    overeenkomstig artikel 4 (ambtshalve) of artikel 9 heeft toegezonden,
    moet de houder van het recht het ontvangstbewijs terugzenden. De
    wettelijke termijnen (3-10 werkdagen) gaan in op de dag van ontvangst
    van de kennisgeving. De houder van het recht moet de ontvangst van
    de kennisgeving onmiddellijk bevestigen zodra de douane contact met
    hem heeft opgenomen,
    - "WerkdagenĒ in de zin van de basisverordening (zie Verordening EEG,
    Euratom) nr. 1182/71 van de Raad (Pb L 124 van 8.6.1971, blz. 1) zijn
    alle dagen die geen feestdagen, zaterdagen of zondagen zijn. Bij de
    berekening van de werkdagen overeenkomstig artikel 4 en artikel 13
    wordt de dag van ontvangst van de kennisgeving niet meegerekend. De
    termijnen gaan derhalve in op de dag na ontvangst van de
    kennisgeving.
    Het verzoek om optreden kan elektronisch worden ingediend indien een
    systeem voor elektronische gegevensuitwisseling beschikbaar is. In alle
    andere gevallen moet het formulier machinaal, of op leesbare wijze met de
    hand, zonder doorhalingen of overschrijvingen, worden ingevuld.
    3.3. III. Hoe moet een verzoek om optreden worden ingediend?
    De houder van het recht moet het verzoek om optreden indienen bij de
    instantie die in vak 2 van het formulier is vermeld. Deze neemt het verzoek
    in behandeling en deelt de indiener van het verzoek binnen 30 werkdagen
    schriftelijk haar besluit mede. Een afwijzend besluit moet met redenen zijn
    omkleed en de indiener van het verzoek kan hiertegen in beroep gaan. De
    periode gedurende welke de douane optreedt bedraagt ťťn jaar, welke
    periode jaarlijks kan worden verlengd.
    3.4. IV. Uitleg bij de voornaamste in te vullen vakken
    Vak 3: Naam, adres en hoedanigheid van de indiener van het verzoek. De
    indiener van het verzoek in de zin van artikel 2, lid 2, kan de houder van het
    recht zelf zijn, een persoon die gemachtigd is het intellectueleeigendomsrecht
    te gebruiken of een vertegenwoordiger.
    14 Bijlage IA. Aanwijzingen voor het invullen van het formulier
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Vak 4: Hoedanigheid van de verzoeker. Aankruisen wat van toepassing is.
    Vak 5: Soort recht waarop het verzoek betrekking heeft. Aankruisen wat van
    toepassing is.
    Vakken 6 en 7: Gegevens over de contactpersoon die zich bezighoudt met
    de administratieve aspecten moeten in vak 6 worden ingevuld. Vak 7 is
    bestemd voor de gegevens over de persoon waarmee de douane in contact
    kan treden om de technische gegevens van de vastgehouden goederen te
    bespreken. De betrokken personen moeten gemakkelijk bereikbaar zijn.
    Vak 8, 9, 12: Vak 8 is bestemd voor nauwkeurige gegevens aan de hand
    waarvan de douane de authentieke goederen kan identificeren alsmede
    voor gegevens over het soort fraude of het fraudepatroon (documenten,
    fotoís, enz.) waarover de houder van het recht beschikt.
    De gegevens moeten zo gedetailleerd mogelijk zijn zodat de douane
    verdachte zendingen met behulp van risicoanalysetechnieken op
    eenvoudige en doeltreffende wijze kan identificeren.
    Aan de hand van de gegevens die in deze vakken worden gevraagd moet
    de douane meer inzicht kunnen verkrijgen in verdachte goederen en in de
    illegale handel. Er kunnen ook andere gegevens worden verstrekt ter
    ondersteuning van de gevraagde gegevens, zoals waarde, exclusief
    belastingen, van de authentieke goederen, de plaats waar de verdachte
    goederen zich bevinden of waarheen zij zullen worden vervoerd, de
    kenmerken van de zending of van de colli, de voorziene datum van
    aankomst of vertrek van de goederen, de gebruikte vervoermiddelen, de
    importeur, exporteur of houder van de goederen.
    Vak 11: De natuurlijke persoon of rechtspersoon die vak 3 invult moet
    dezelfde persoon zijn als die welke de in vak 11 bedoelde verklaring afgeeft.
    Vak 13: Door het plaatsen van zijn handtekening in dit vak, aanvaardt de
    houder van het recht de voorwaarden van de verordening en zijn
    verplichtingen.
    Bijlage IB. Verklaring overeenkomstig artikel 6 van verordening (EG) nr. 1383/2003
    van de Raad 15
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    4. Bijlage IB. Verklaring overeenkomstig artikel 6 van
    verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad
    Ondergetekende ...............................
    zoals uit bijgevoegde documenten blijkt houder van een intellectueleeigendomsrecht
    in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr.
    1383/2003, hierna Ąde basisverordeningĒ genoemd, aanvaardt hierbij
    overeenkomstig artikel 6 van die verordening de aansprakelijkheid jegens
    personen die betrokken zijn bij een in artikel 1, lid 1, van de
    basisverordening bedoelde situatie wanneer de overeenkomstig de
    basisverordening ingeleide procedure niet wordt voortgezet ingevolge een
    handeling of verzuim van hemzelf of wanneer achteraf wordt vastgesteld dat
    de betrokken goederen geen inbreuk maken op een intellectueleeigendomsrecht.
    - De ondergetekende stemt er eveneens mee in alle kosten te betalen die
    overeenkomstig de basisverordening voortvloeien uit het douanetoezicht
    uit hoofde van artikel 9 en, indien van toepassing, artikel 11, met
    inbegrip van de kosten die voortvloeien uit het vernietigen van goederen
    waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op een intellectueleeigendomsrecht
    overeenkomstig artikel 17.
    - De ondergetekende bevestigt kennis te hebben genomen van artikel 12
    van de basisverordening en verbindt zich ertoe de in artikel 5, lid 2,
    bedoelde douanedienst in kennis te stellen van de wijziging of het
    verlies van zijn intellectueleeigendomsrecht.
    Gedaan te ................. op .../../20..
    .................................................. .....
    (Handtekening)
    16 Bijlage IC. Vervallen
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    5. Bijlage IC. Vervallen
    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane


    17
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    6. Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de
    douane
    18


    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane 19
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    20


    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane 21
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    22


    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane 23
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    24


    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane 25
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    26


    Bijlage II. Communautair verzoek om optreden van de douane
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    Bijlage IIA. Aanwijzingen voor het invullen van het formulier 27
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    7. Bijlage IIA. Aanwijzingen voor het invullen van het
    formulier
    7.1. I. Verplichte informatie over het recht en de
    handelingsbevoegdheid
    a


    . bij een verzoek dat wordt ingediend door de houder van het recht:
    - indien het een recht betreft dat geregistreerd is of waarvoor een
    verzoek om registratie is ingediend: het bewijs van de registratie
    bij het betrokken registratiekantoor of van de indiening van het
    verzoek,
    - indien het een auteursrecht, een naburig recht of een recht
    inzake tekeningen of modellen betreft dat niet geregistreerd is
    of waarvoor geen aanvraag tot registratie werd ingediend: ieder
    document dat zijn auteurschap of zijn hoedanigheid van
    oorspronkelijke houder van het recht bewijst;
    b


    . bij een verzoek dat wordt ingediend door een andere, in artikel 2, lid
    2, onder b, bedoelde persoon die gemachtigd is ťťn van de in
    artikel 2, lid 1, onder a, b, of c, van de basisverordening genoemde
    rechten te gebruiken: behalve het bewijs dat is vereist volgens punt
    a


    hierboven, het document waarbij deze persoon wordt gemachtigd
    het recht te gebruiken;
    c. bij een verzoek dat wordt ingediend door een vertegenwoordiger
    van de houder van het recht of door een vertegenwoordiger van een
    in artikel 2, lid 2, onder a of b, bedoelde persoon die gemachtigd is
    ťťn van de in artikel 2, lid 1, onder a, b of c, van de
    basisverordening genoemde rechten te gebruiken: behalve de
    bewijzen die zijn vereist volgens de punten a en b hierboven, het
    bewijs van de handelingsbevoegdheid van de vertegenwoordiger;
    De natuurlijke persoon of rechtspersoon die vak 3 invult moet
    dezelfde persoon zijn als die welke de in vak 10 bedoelde verklaring
    afgeeft.
    d


    . Vak 5 bevat alle geografische aanduidingen. Met beschermde
    oorsprongsbenaming en beschermde geografische aanduiding
    worden de officiŽle benaming en aanduiding bedoeld
    overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2081/92, Verordening (EG)
    nr. 1107/96 en Verordening (EG) nr. 2400/96. Onder "geografische
    aanduidingen voor wijnen" wordt verstaan de officiŽle termen
    volgens Verordening (EG) nr. 1493/1999. Met "geografische
    benaming voor gedistilleerde dranken" is de officiŽle benaming
    bedoeld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1576/89. Zowel
    individuele producenten als groepen, of hun vertegenwoordigers,
    kunnen een verzoek indienen;
    e


    . Wanneer het verzoek betrekking heeft op een beschermde
    oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding
    moet deze zijn geregistreerd en zijn nadere gegevens vereist.
    28 Bijlage IIA. Aanwijzingen voor het invullen van het formulier
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    7.2. II. Wat moet het verzoek om optreden bevatten?
    (Art. 5, lid 4: "Wanneer de verzoeker houder is van een
    Gemeenschapsmerk, een Gemeenschapsrecht inzake tekeningen of
    modellen, een communautair kwekersrecht, een communautaire
    oorsprongsbenaming, een geografische aanduiding of benaming, kan hij
    naast het optreden van de douaneautoriteiten van de lidstaat waar het
    verzoek wordt ingediend, om het optreden van de douaneautoriteiten van
    een of meer andere lidstaten verzoekenĒ.).
    Een verzoek om optreden kan door de houder van het recht - kosteloos -
    worden gebruikt hetzij als preventieve maatregel hetzij omdat hij redenen
    heeft om aan te nemen dat zijn intellectuele-eigendomsrecht wordt of
    waarschijnlijk zal worden geschonden. Het verzoek moet alle gegevens
    bevatten die nodig zijn om de betrokken goederen voor de douane
    gemakkelijk herkenbaar te maken, met name:
    - een nauwkeurige technische beschrijving van de goederen,
    - indien beschikbaar, gegevens over het soort fraude of het
    fraudepatroon,
    - naam en adres van de door de houder van het recht aangewezen
    contactpersoon,
    - de verklaring van de indiener van het verzoek, als bedoeld in artikel 6
    van de basisverordening, en het bewijs dat de indiener van het verzoek
    houder is van het recht ten aanzien van de betrokken goederen.
    Het verzoek om optreden kan elektronisch worden ingediend indien een
    systeem voor elektronische gegevensuitwisseling beschikbaar is. In alle
    andere gevallen moet het formulier machinaal, of op leesbare wijze met de
    hand, zonder doorhalingen of overschrijvingen, worden ingevuld.
    - Onmiddellijk na ontvangst van de kennisgeving die de douane hem
    overeenkomstig artikel 4 (ambtshalve) of artikel 9 heeft toegezonden,
    moet de houder van het recht het ontvangstbewijs terugzenden. De
    wettelijke termijnen (3 werkdagen - 10 werkdagen) gaan in op de dag
    van ontvangst van de kennisgeving. De houder van het recht moet de
    ontvangst van de kennisgeving onmiddellijk bevestigen zodra de
    douane contact met hem heeft opgenomen.
    - "Werkdagen" in de zin van de basisverordening (zie Verordening (EEG)
    nr. 1182/71) zijn alle dagen die geen feestdagen, zaterdagen of
    zondagen zijn. Bij de berekening van de werkdagen overeenkomstig
    artikel 4 en artikel 13 wordt de dag van ontvangst van de kennisgeving
    niet meegerekend. De termijnen gaan derhalve in op de dag na
    ontvangst van de kennisgeving.
    7.3. III. Hoe moet een verzoek om optreden worden ingediend?
    De houder van het recht moet het verzoek om optreden indienen bij de
    instantie die in vak 2 van het formulier is vermeld. Deze neemt het verzoek
    in behandeling en deelt de indiener van het verzoek binnen 30 werkdagen
    schriftelijk haar besluit mede. Een afwijzend besluit moet met redenen zijn
    omkleed en de indiener van het verzoek kan hiertegen in beroep gaan. De
    periode gedurende welke de douane optreedt bedraagt ťťn jaar, welke
    periode jaarlijks kan worden verlengd.
    Bijlage IIA. Aanwijzingen voor het invullen van het formulier


    29
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    7.4. IV. Uitleg bij de voornaamste in te vullen vakken
    Vak 3: Naam, adres en hoedanigheid van de indiener van het verzoek. De
    indiener van het verzoek in de zin van artikel 2, lid 2, kan de houder van het
    recht zelf zijn, een persoon die gemachtigd is het intellectueleeigendomsrecht
    te gebruiken of een vertegenwoordiger.
    De natuurlijke persoon of rechtspersoon die vak 3 invult moet dezelfde
    persoon zijn als die welke de in vak 11 bedoelde verklaring afgeeft.
    Vak 4: Hoedanigheid van de verzoeker. Aankruisen wat van toepassing is.
    Vak 5: Soort recht waarop het verzoek betrekking heeft. Aankruisen wat van
    toepassing is.
    Vak 6: De lidsta(a)t(en) aankruisen waarvoor om een optreden door de
    douane wordt verzocht. Aangeraden wordt een verzoek om optreden in de
    dienen in elke lidstaat.
    Vakken 7, 8 en 9: Deze vakken zijn zeer belangrijk. Er moeten nauwkeurige,
    praktische gegevens worden verstrekt (foto's, documenten enz.) aan de
    hand waarvan de douane de vastgehouden goederen snel kan identificeren.
    Concrete gegevens over het soort fraude of het fraudepatroon zullen een
    risicoanalyse vergemakkelijken.
    De gegevens dienen zo nauwkeurig mogelijk te zijn zodat de douane
    verdachte zendingen met behulp van de risicoanalyse op eenvoudige en
    doeltreffende wijze kan identificeren. Aan de hand van de gegevens die in
    deze vakken worden gevraagd moet de douane meer inzicht kunnen
    verkrijgen in de illegale handel. Er kunnen ook andere gegevens worden
    verstrekt ter ondersteuning van de gevraagde gegevens, zoals waarde,
    exclusief belastingen, van de authentieke goederen, de plaats waar de
    verdachte goederen zich bevinden of waarheen zij zullen worden vervoerd,
    de kenmerken van de zending of van de colli, de voorziene datum van
    aankomst of vertrek van de goederen, de gebruikte vervoermiddelen, de
    importeur, exporteur of houder van de goederen.
    Vakken 11 en 12: Gegevens over de contactpersoon van de indiener van
    het verzoek die zich bezighoudt met de administratieve en technische
    aspecten moeten in vak 11 respectievelijk 12 worden ingevuld. Vak 12 is
    bestemd voor de gegevens over de persoon waarmee de douane in contact
    kan treden om de technische gegevens van de vastgehouden goederen te
    bespreken. De betrokken persoon moeten gemakkelijk bereikbaar zijn.
    Vak 14: Door het plaatsen van zijn handtekening in dit vak, aanvaardt de
    houder van het recht de voorwaarden van de verordening en zijn
    verplichtingen.
    Vak 15: Het ingevulde en ondertekende formulier dient, tezamen met zoveel
    kopieŽn als het aantal in vak 6 genoemde lidstaten, te worden ingediend bij
    de douanedienst als bedoeld in artikel 5, lid 2, van de basisverordening. Er
    kan een vertaling worden gevraagd in de taal van de lidstaten waar het
    verzoek moet worden ingediend.
    Voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met de douanediensten.
    30 Bijlage IIB. Verklaring overeenkomstig artikel 6 van verordening (EG) Nr. 1383/2003
    30.05.02 Wetgeving VGEM
    8. Bijlage IIB. Verklaring overeenkomstig artikel 6 van
    verordening (EG) Nr. 1383/2003
    Ondergetekende..............................
    zoals uit bijgevoegde documenten blijkt houder van een intellectueleeigendomsrecht
    in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr.
    1383/2003, hierna Ąde basisverordeningĒ genoemd, aanvaardt hierbij
    overeenkomstig artikel 6 van die verordening de aansprakelijkheid jegens
    personen die betrokken zijn bij een in artikel 1, lid 1, van de
    basisverordening bedoelde situatie wanneer de overeenkomstig de
    basisverordening ingeleide procedure niet wordt voortgezet ingevolge een
    handeling of verzuim van hemzelf of wanneer achteraf wordt vastgesteld dat
    de betrokken goederen geen inbreuk maken op een intellectueleeigendomsrecht.
    - De ondergetekende verbindt zich ertoe alle kosten te betalen die
    overeenkomstig de basisverordening voortvloeien uit het douanetoezicht
    uit hoofde van artikel 9 en, indien van toepassing, artikel 11, met
    inbegrip van de kosten die voortvloeien uit het vernietigen van goederen
    waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op een
    intellectueleeigendomsrecht overeenkomstig artikel 17.
    - De ondergetekende verklaart dat deze verbintenis geldt voor elke
    lidstaat waar het besluit waarbij het verzoek wordt ingewilligd van
    toepassing is. Voorts verklaart hij eventuele vertaalkosten voor zijn
    rekening te nemen.
    - De ondergetekende bevestigt kennis te hebben genomen van artikel 12
    van de basisverordening en verbindt zich ertoe de in artikel 5, lid 2,
    bedoelde douanedienst in kennis te stellen van de wijziging of het
    verlies van zijn intellectueleeigendomsrecht.
    Gedaan te op ... / /20..
    ..........................................
    (Handtekening)
    Bijlage IIC. Vervallen


    31
    19 november 2007 Wetgeving VGEM / Verordening (EG) nr. 1891/2004 tot vaststelling van
    uitvoeringsbepalingen van Vo. (EG) nr. 1383/2003 inzake het optreden van de
    douane t.a.v. intellectuele-eigendomsrechten - Versie 1 30.05.02
    9. Bijlage IIC. Vervallen




  3. #3
    Door het C v PG's is hierop ook
    nog een aanwijzing geschreven.

    zie en klik

    grtz

Posting Permissions

  • You may not post new threads
  • You may not post replies
  • You may not post attachments
  • You may not edit your posts
  •