Belanghebbende laat een uit het buitenland afkomstige auto in Nederland registreren en doet gelijktijdig aangifte BPM. Belanghebbende doet in tweede instantie aangifte met toepassing van de afschrijvingstabel van art. 10, tweede lid, Wet BPM. In beroep overlegt belanghebbende een door een deskundige opgemaakt taxatierapport dat ook al bij de aangifte aanwezig was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende met het door haar overgelegde taxatierapport de door haar verdedigde actuele Nederlandse particuliere verkoopwaarde (en daarmee de vermindering van de verschuldigde BPM van art. 10, eerste lid, Wet BPM) aannemelijk gemaakt. De stelling van de inspecteur dat de getaxeerde waarde een door onverklaard verschil vertoont met de koerslijsten is daartegenover van onvoldoende gewicht, omdat de datum van de door de inspecteur aangehaalde prijslijst te ver verwijderd is van de datum van aangifte (bijna negen maanden).

More...